„Ik luister, mijnheer de onderschout.”
Hij hief het glas weer op, draaide het speels tussen zijn vingers en keek er door, één oog dichtgeknepen.
„U weet, dat Gerrit Hendricksz de dagloner vanmorgen is dood gebleven. De stadschirurgijn en ik hebben hem geschouwd. Er waren blauwe plekken op zijn lichaam en builen op zijn hoofd. De dokter meent te moeten aannemen, dat hij gestorven is door te veel drank... en door de slagen met uw slof.”
Anna sloeg de handen voor de ogen en fluisterde:
„Heer in den Hemel!”
„Ik zei: méénde te moeten aannemen, Anna Swaerdemaeckers, maar die mening heeft alleen waarde met mijn goedkeuring; die klappen leken mij niet dodelijk.”
„Wat wilt u dan, Pieter Ravesteyn,” zei ze heftig en ongeduldig. „Met jou afrekenen, Anna Swaerdemaeckers. Jarenlang haat en spot en tegenzin in één keer met de betaling van de kosten van deze maaltijd. Zonder schuld naar de vloot en schoon schip met jou, dat zal me rust geven, daar.” En hij sloeg hard op tafel.
„Boeldag,” spotte ze nerveus.
Met een breed gebaar telde hij zilveren munten uit, stapelde ze speels nauwkeurig op en bekroonde ieder stapeltje met een goudgulden. Hij vervolgde met een verbeten trek om zijn volle lippen, terwijl hij haar de stapeltjes toeschoof:
„Morgenochtend om tien uur eindigt mijn officie. Mijn laatste rapport bij de Schout. En dan meld ik hem deze nacht in de Boeyen te hebben gesloten Anna Swaerdemaeckers, de onderkoopmansvrouw en waardin van 'De Lenteblom’, verdacht van doodslag op de dagloner Gerrit Hendricksz. Dit zijn voorlopig je laatste uren in vrijheid. De laatste avond waarop je je gaven als beste waardin van Amsterdam mag tonen. Om twaalf uur middernacht arresteer ik je en ik hoop, dat ik niet bezopen ben. Maar dan gebeurt het morgenochtend voor tienen. Je krijgt een eerlijke kans want de Schout zelf zal onderzoeken. Ik geloof, dat je onschuldig bent, maar het is mijn plicht en tevens een groot genoegen om je te laten verhoren.”
Hij nam haar scherp op, weer nadrukkelijk met zijn vingers op tafel trommelend. De waardin bleef roerloos. Meerdere minuten. Toen zuchtte ze diep alsof zij zich van iets bevrijdde. Deed een paar stappen naar de tafel. Volkomen kalm nam ze de stapels geld, telde ze nauwkeurig en tweemaal na en borg de munten weg in haar beugeltas. Vol
287