De Soete Bazinne

Titel
De Soete Bazinne

Jaar
1960

Pagina's
314



Wiebe ’t Hoen op, knielde toen neer en verzamelde met zijn handen gedienstig de scherven.

Dirckje was spoedig terug. Ze zei niets en hervatte haar werk.

„En,” beet Anna haar toe en keek haar doordringend aan en daarna tergend naar Dirckje’s mond. En Dirckje bloosde diep en boog haar hoofd. Haar tong likte even vliegensvlug haar lippen.

„En,” herhaalde Anna.

„Hij komt. Vóór sluiting zal hij hier een glas drinken. Dan zal hij een reisbundel met kleren laten staan. Opzettelijk vergeten.

„Goed,” zei Anna nu wat milder, „kom, we gaan dekken.”

Ze maakte haar sleutelbos los van haar leren gordel, besteeg de wenteltrap. Dirckje volgde haar naar het linnenkamertje.

Om vier uur kwam Philippe de Haen. Anna beantwoordde zijn hoofse groet met een hautain knikje en sprak geen woord. Ze bleef onbeweeglijk staan bij de tafel, terwijl Dirckje hem een glas Jerez inschonk. Hij dronk in één teug en betaalde. Toen keek hij naar de ijzige Anna. Zij sloot de ogen, klemde haar kaken opeen. Hij draaide zich geërgerd om, streek even over Dirckje’s weelderige bruine haar, dat uit haar muts puilde en verliet met grote driftige stappen de herberg. De reisbundel bleef achter bij de toog.

Onmiddellijk na zijn vertrek sloot Anna 'De Lenteblom’. Zij wilde geen klanten meer bedienen want het was alsof iets onbepaalds haar verlamde en neerdrukte en rusteloos liep zij al maar door de herberg, dan weer naar de keuken of de opkamer.

Wiebe ’t Hoen vroeg of hij de kaarsen al vast zou aansteken. Ze knikte toestemmend, het was vandaag somber en het regende weer. Augustus was nat begonnen na een uitbundige juli-maand.

Hij kwam met de lange stok, waaraan de brandende lont en het doofdopje bevestigd waren. Ze keek toe. Zag het uitdijen van de warme kaarslichtvloed, zag hoe het glaswerk begon te flonkeren, zag het zilverwerk speels terugkaatsen, zag de roodgouden gloed van het kostbare leerbehang, de spiegelgladde donkerte van de eiken meubels, het warme glanzen van het smetteloze damast. En daarop de schalen met vruchten, de tinnen borden, de rode rozen van de tafelversiering uitdagend en welbewust.

Anna zuchtte diep. Al dat moois had ze veroverd in taaie strijd tegen de armoe en de vernedering. Rijk was ze geworden door hard en degelijk werk, door het vreten en zuipen van die kerels.

280

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.