De Soete Bazinne

Titel
De Soete Bazinne

Jaar
1960

Pagina's
314



Anna Swaerdemaeckers sprong op, de klanten voor de toog draaiden zich verwonderd om. En zij zagen Marrigje Mathyssen bij de hoofdtafel staan, de bezem nog in de hand. Asgrauw.

Toen zeeg Marrigje langzaam neer op de bank, met grote vreemde angstige ogen. Zij betastte langzaam met haar rechterhand haar blote linkeronderarm en riep opeens overstuur:

„Jesses... ik hib bloed op me arm. Jesses!”

Reeds waren Anna en Dirckje Swaen bij haar, onwillekeurig betastte Anna snel haar oorlelletje. Toen schudde zij Marrigje door elkaar, maar de meid bemerkte het niet, gilde nu:

„Die komp fen een bloedend laak... en det vreet hier worst... det knaapt maan mit se bloedklaauwe in me arm... Jesses!!”

Nieuwsgierig keken de mannen toe, sommigen met het manlijk afgrijzen voor een hysterische vrouw.

„Bedaar, meid. Je hebt niets op je arm. Je droomt!”

Maar Marrigje begon te trappelen en wreef aldoor krampachtig haar arm, gilde voortdurend:

„Wet een beist... komp fen ’n laak... en vreet en suipt en lonkt nao de maade... of ’t niks is... een geslachte waord. Jesses... Jesses!”

Anna en Dirckje pakten haar nu beet en sleurden haar van de bank, duwden haar naar de trap van het onderhuis. Ze spartelde tegen, maar op de trap stonden reeds de werkmeiden om haar naar beneden te trekken. En met vereende krachten kregen zij haar in de keuken. „Onder de pomp,” commandeerde Anna.

Marrigje vocht en wilde bijten, maar de werkmeiden hielden haar hoofd zo lang onder de waterstraal, dat ze droop en heur haar als nat zeewier langs haar wangen slierde. Toen begon ze te huilen en kroop in een hoek. Haar hysterie was gebroken.

Het middagmaal liet Anna Swaerdemaeckers door Dirckje Swaen in haar kamer opdienen. Zo kon ze Geesje Seghers ongemerkt te eten geven. De keukenmeid was verwonderd over de porties, die Dirckje verlangde, temeer omdat de waardin ook al zo’n mansontbijt had genomen. Maar Dirckje had dapper gelogen vanuit een beetje donkere hoek, want zij bloosde hevig. En zij vertelde, dat zo iets haar ook eens overvallen had, thuis op de hoeve. Ze had toen wel tien eieren achter elkaar gegeten en een heel tarwebrood met kaas en nog had ze liggen kreunen van de honger, maar de andere dag was het over. „Kan ik me niet voorstellen,” zei de keukenmeid argwanend.

27 6

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.