De Soete Bazinne

Titel
De Soete Bazinne

Jaar
1960

Pagina's
314



Marrigje Mathyssen nam de mannen brutaal en spottend op, haar hand gespreid op haar keurs. Toen keerde zij zich om en liep heupwiegend naar de toog, zodat haar geplooide rok deinde en zwierde. Opgewonden fluisterde Dirckje haar toe, dat zij zich misdroeg, vooral tegenover een onderschout van Amsterdam.

„Mot ie nie so kaake,” mopperde Marrigje terug, „as tie so kaakt, is ’t een gewone heite keirel en geen schaawt... en den speil ik wet mit ’m en bemoei je d’r nie mei.”

Ze nam de karaf en de glazen en de schaal met worst en deinde weer uitdagend en lacherig naar hen toe. Wat onverschillig zette zij het bestelde neer. Opeens werd Pieter Ravesteyn door haar houding geprikkeld. Wat verbeeldde zich die meid, als hij alleen maar wat vriendelijk deed? Met zijn oersterke greep pakte hij haar bij de arm en riep:

„Pas jij eens op, meid. Je schijnt te vergeten, dat je de onderschout van Amsterdam bedient.”

„Poeh... lao me los! Knaap je waaf,” riep ze op eens driftig en sloeg hem in ’t gezicht.

Hij rees op, de bank viel. Jochem Brandt kromp geschrokken ineen. Dirckje snelde toe. En op dat moment stapte Anna Swaerdemaeckers haar herberg weer binnen.

Even keek ze van de een naar de ander, toen had de ervaren waardin begrepen. Met snelle stappen ging zij op Marrigje Mathyssen af, haar schoudermanteltje, dat zij tegen de ochtendkoelte droeg, knoopte zij onderwijl los en wierp het Dirckje Swaen toe.

„Naar de keuken... jij, en vlug. Je weet nog niet wat bedienen is.”

Marrigje trok een lip en treuzelde. Wierp het hoofd uitdagend in de nek want ze liet zich niet kleineren in het bijzijn van een man, die zij had uitgedaagd. Maar Anna Swaerdemaeckers herstelde kort en bondig het gezag door Marrigje hardhandig bij de arm te pakken en de keukentrap af te duwen. De dikke zware keukenmeid met de bunnen liet zij onmiddellijk volgen en kurkte zo het trapgat naar het onderhuis dicht.

Anna liep snel naar de onderschout, die nog steeds achter de tafel stond en zei:

„Het spijt me, mijnheer de onderschout, als zij zich onbeschoft gedragen heeft. Gaat u weer zitten en drink uw glas.”

Vaardig en snel schonk zij de glazen vol en schikte de schotel met worst. Pieter Ravesteyn keek haar vorsend aan, toen nam hij langzaam

272

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.