De Soete Bazinne

Titel
De Soete Bazinne

Jaar
1960

Pagina's
314



bijzonders zijn, had hij bevolen. Ze keek naar buiten naar de schepen in het Damrak, naar de reeds vele voorbijgangers op dit vroege uur. Het was druk in Amsterdam, een vreemde wat angstige stemming heerste er. De vloot zou binnen een paar dagen zee kiezen... welke dag wist men niet, maar het hoogtepunt van de oorlog naderde. En dat voelde iedereen en was er door opgewonden. Uit alle delen van het land kwamen er scheepsvolk en zeesoldaten. Ze bleven maar enkele dagen en trokken verder naar Tessel of Goeree en Vlissingen volgens de aanwijzingen van de equipagemeesters van de Admiraliteiten.

Ook langs 'De Lenteblom’ trokken zij, soms stilletjes alleen, of ernstig met tweeën of in groepen, half dronken en rumoerig, de plunjezakken op de schouders en in de hand een geruite doek, waarin een kaasje of een paar worsten of een bosje paling. Een laatste liefkozing van moeder, vrouw of meid.

Anna kreeg een brok in de keel als zij de scheepsjongens zag voorbij lopen. Kinderen van tien of twaalf jaar, de monden soms nog half open, de ogen onschuldig en nieuwsgierig, de wangen rood, de haren blond. En schichtig keken zij naar die ruwe kerels, waarmee ze straks zouden moeten leven. Meestal waren zij met hun moeder en zusjes. Die moeders huilden en veegden voortdurend hun ogen af met hun schorten. Waarom lieten ze die kinderen gaan? Tja... waarom. Anna wist, dat als zij er naar vragen zou, ze allen de schouders zouden ophalen en antwoorden: De zee trekt... is sterker dan wij. Zijn grootvader en zijn vader... en zijn broer... en zijn ooms... het is niet anders. Uit de beurtschepen in het Damrak werden allerhande goederen overgeladen op dekschuiten, van de kant van de Dam kwamen boerenwagens met victualiën, die in de Waag gewogen waren. Sleden met kogels en affuiten werden moeizaam over de keien gesleept, hoog opgetaste karren met zeildoek reden krakend onder hun last voorbij. De voerlui vloekten en sloegen de zware Zeeuwse trekpaarden kletsend op de billen. En dat alles trok naar het IJ, waar de kleine oorlogsschepen werden uitgerust en de lichters, die de last naar Tessel moesten brengen, werden beladen. Holland komt op voor zijn bestaan, dacht Anna verbeten, voor een vrije zee, voor zijn toekomst. Het vecht voor welvaart, voor een goed leven. Sta nu op, Anna! Niet zitten treuzelen, niet dromen. Straks komen de kapiteins en de schippers voor een laatste borrel aan land en dan moet je terug zijn van de markt. Want ze willen je toedrinken. Sentimentele jongetjes,

269

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.