De Soete Bazinne

Titel
De Soete Bazinne

Jaar
1960

Pagina's
314



Ze luisterden wat angstig. Herademden. De waardin zei:

„Ze zijn voorbij. Breng haar boven.”

Anna ging haar kamer weer binnen, sloeg vuur in de kaars en keerde er mee terug. Ze tuurde over de leuning, zag de vrouwen naar boven komen. Geesje Seghers liep voorop, het hoofd gebogen. Toen ze op de gaanderij stond, belichtte Anna haar gezicht. Haar loshangende blonde haar reikte recht en nat tot over haar middel, haar druipende kleren tekenden scherp haar slanke figuur. Met één oogopslag zag Anna, dat zij zo rijk gekleed was als een koopmansvrouw.

„Wat betekent dat? Bij nacht en ontij en doornat?”

Geesje snikte nog steeds. Sloeg nu de handen voor de ogen, fluisterde:

„Hemel, wat ben ik begonnen. Verberg me waardin! Als ze me vinden... dan wordt het het Spinhuis.”

Anna Swaerdemaeckers trok haar bij de arm ruw de kamer in, belichtte met de kaarsvlam weer haar gezicht.

„Wat heb je gedaan?” beet zij haar toe.

Moedeloos hief Geesje haar armen, liet zij ze weer zakken.

„Wat doet een vrouw om aan geld te komen, als zij het met zwoegen niet verdienen kan, joffer?”

Een bange stilte viel in. Ontzet staarden Anna en Dirckje naar Geesje Seghers. Opeens wild van drift, sloeg Anna haar in het gezicht. „Del... zijn er geen zoete bazinnetjes genoeg in Amsterdam? Je hebt je tijd goed gekozen... zoet bazinnetje nu de stad overstroomd is met volk voor de nieuwe vloot. Zoet bazinnetje, terwijl je man buiten is, gek en kapot!... Was er geen andere keus?”

Geesje Seghers zonk door haar knieën, lag snikkend op de grond voor de waardin van 'De Lenteblom’. Anna schopte haar en riep: „Waarom ben je niet bij me gekomen! Ben ik een onmens? Ik heb je toch altijd willen helpen? Maar je lokt liever een vent in je nest... Je zwijmelt liever en nog geld op de koop toe!”

„Nee... nee,” snikte Geesje.

Vol verachting keek Anna nog eenmaal naar Geesje Seghers, toen naar Dirckje Swaen, die doodsbleek en met grote angstige ogen tegen de muur gedrukt stond. De waardin beval:

„Haal droge kleren. Ze druipt nog. En doe zachtjes, de meiden in de keuken gaat het niet aan,” en tegen Geesje zei ze: „Kleed je uit en kruip in mijn bed.”

264

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.