De Soete Bazinne

Titel
De Soete Bazinne

Jaar
1960

Pagina's
314



„Ik?”

„Jai... je most me niet. En ik kon nie beiter laote blake! Of most ik me noakend tege je en gegooid hibbe!”

Hij sprong op, legde zijn pijp neer, kwam voor haar staan. Zij keek naar hem op, met zachte verlangende vochtige ogen en zei bewogen: „Niet om te traawe! Een onderschaawt kin geen maad traawe. Niks wou ik fen je... As ’n soen op se taad en det je me in je bed het ge-commendeird.”

Hij pakte haar onder de oksels, hief haar met zijn sterke armen van de stoel en drukte haar tegen zich aan.

„Jannegie, waarom?” vroeg hij gesmoord.

„Weit ik niet... Ik haaw fen je. Froeger hed ik de pest an je... hib ik je foor Baffiaon gescholde... kon ik je wel vergif in je borrel doen... moar naaw, toe je foor me gefochte hed... toe je me sag as een waaf det se schende waawe... toe... toe... ach wet, ik haaw fen je... daorom bin ik hier.”

Ze zoende hem wild, vlijde zich innig tegen hem aan en keek vol verering naar hem op. Hij knuffelde haar en werd vertederd, iets wat hem nog nooit overkomen was behalve die avond toen hij die stuur-mansvrouw naar huis had gebracht. Jannegie had haar hoofd tegen zijn schouder gelegd, speelde met de knopen van zijn hemd, soms streek zij met een vinger langs zijn snor of tikte speels op het grappige sikje tussen zijn onderlip en kin. Zij sprak gedempt: „Folgende weik wor ik joffer De Graof... waordin fen 'De Paaper’. As ie sterft sel ik alles erfe. Ik hib det niet gefraog! Gloof ie maan?” zei ze opeens wantrouwend en keek hem aan.

„Ik geloof je,” zei hij en gerustgesteld vlijde zij zich weer tegen hem aan.

„Naaw... hai hib ’t self so laote beschraafe, so benaawd is ie, det ik weg sel gaon. En naaw... daor kom ik foor. Fendaog is de eikipaoge-meister geweist... it gaot naaw herd mit de floot... ofer ’n paor weike komme se d’r uit om de Brit op se laozerai te slaon. En naaw mot alles opkomme wet sich opgegeife hib. Auk jai, seit ie, went je hib geteikend... Hibbie geteikend?” zei ze opeens weer argwanend en keek hem angstig aan.

„Ja... met een dronken kop. Van de winter heb ik Ysbrandt de Graef overgehaald om ronselaar te worden. De hele avond heb ik met hem gezopen. Toen we dronken waren heeft hij het op zich genomen en ik monsterde als eerste.”

252

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.