Hij bonsde met zijn kruk op de vloer, het klonk naargeestig. „Kom... ik zal je naar bed brengen,” zei ze mat.
„Wie heeft je thuis gebracht?” vroeg hij opeens wantrouwend. „Heb je dat gezien?”
„Ja.”„De onderschout Pieter Ravesteyn.”
„Waarom?”
„Ik heb hem dat gevraagd. Als het donker is, moet een vrouw oppassen in Amsterdam.”
Hij gromde wat. Zij sloeg vuur in de vetkaars en het licht tekende haar zacht en bekoorlijk. Hij pakte zijn krukken om haar te volgen naar de slaapkamer. Zij ontkleedde hem, terwijl hij op de rand van de bedstee zat en haar aldoor aanstaarde. Toen hij lag, bleef hij maar naar haar kijken met een vreemde blik in zijn ogen, zodat zij aarzelde om zich te ontkleden.
„Wat kijk je toch zo, Jan?” vroeg ze en huiverde even.
„Kleed je uit. Naakt! Helemaal naakt!”
„Nee... Jan... neen!”
„Naakt, helemaal naakt... ik wil je vannacht.”
„Jan, nee Jan, je bent toch ziek... dat kan niet.”
„Je bent mijn vrouw... je bent van mij, van niemand anders. Versta je, kleed je uit.” Zijn ogen gloeiden van waanzin.
En zij ontkleedde zich, stond naakt voor hem, trillend en huiverend. Hij strekte zijn hand naar haar uit en streelde haar. Draaide plotseling het hoofd om en snikte onbedaarlijk. Zij knielde neer en vlijde haar hoofdje tegen zijn hand en hij streelde haar blonde haren, die nu haar tors verhulden.
„Here, wat ben ik slecht. Here, waarom riep U de kwade drift in mij wakker. Here toch, Here toch,” jammerde hij, „maar het is goed zo, God... slecht wil ik zijn, zo slecht als U. Laat Satan maar komen! Kom Satan, kom, ik wil een contract met je sluiten... mijn ziel krijg je voor niets als je me alleen maar slecht maakt... slecht... slecht... slecht!!”
Langzaam dommelde hij in, al prevelend en heur haren strelend. Zij wachtte totdat hij sliep, stond op en wierp haar lange nachthemd over. Het reikte tot de grond. Toen stapte zij in haar smalle bedstee aan de andere wand van de kamer en staarde met grote angstige ogen naar de overzij. Naar de bedstee van haar man. Toen hoorde zij hem weer, twistend met God, om Douwe de scheepsjongen.
242