De Soete Bazinne

Titel
De Soete Bazinne

Jaar
1960

Pagina's
314



gaan en die dolle Zweden neer te steken. Men begon op te dringen, maar plotseling ontstond er deining in de achterste rijen... Pieter Ravesteyn en zijn dienaren waren in aantocht. Hardhandig werd het volk opzij geranseld, men week snel uit voor de onderschout, die zijn kleine roede van Justitie dreigend door de lucht zwaaide.

En toen hij binnentrad in 'De Pijper’ was de inventaris nagenoeg vernield. De Zweden waren heer en meester.

Eén van hen had Jannegie te pakken, haar jak was gescheurd en een spitse borst wipte over haar lijfje, haar blonde haren waren geheel los en verward, haar gezicht was rood en warm, en nat van tranen. De andere Zweed had een karaf likeur geroofd en dronk met gulzige teugen. In een hoek op de grond leunde Ysbrandt de Graef tegen het beschot. Hij bloedde uit neus en mond en hield de ogen gesloten; blijkbaar had hij nog eens geprobeerd om Jannegie te redden.

Met een paar stappen was de onderschout bij de Zweed, stompte hem in het gezicht en rukte Jannegie los. Met de handen voor de ogen vluchtte zij de wenteltrap op.

En toen begon een verwoed gevecht tussen Pieter Ravesteyn en de Zweed, terwijl zijn maat de ene rakker na de ander zijn rotting ontrukte en hen daarmee de herberg uit sloeg. Pieter Ravesteyn vocht als een kenner en met plezier. Met een paar forse kinslagen vloerde hij de Zweed, die Jannegie had aangerand. De ander week uit tegen de muur, spuwde en hijgde. Ook Pieter Ravesteyn hijgde vervaarlijk, trok onderwijl vlug zijn kolder en wambuis uit en stond er in hemd en broek. Al het waardige en schilderachtige was verdwenen, daar stonden twee woeste beesten, klaar om elkander te verscheuren.

Zij vloekten en vielen weer op elkander aan. Zij stompten en worstelden, hun zware machtige lijven rolden over de grond, door de scherven en het vuil en de plassen drank. Zij grepen elkander bij de lange haren en bonsden de koppen tegen de vloer. Zij stompten elkander op de ogen en de mond, hijgden en brulden en vloekten. Pieter Ravesteyn vocht zich boven op zijn tegenstander, zat schrijlings op diens buik en beukte zijn gezicht. De andere Zweed was weer bijgekomen, trok de onderschout achterover, zodat zijn maat kreunend overeind kon komen. En toen beiden zich op Pieter Ravesteyn wilden storten om hem af te maken, rees hij ongewoon vlug op van de vloer, greep de stoelpoot en toen dreef hij hen met onmeedogende slagen door de kroeg totdat zij beiden voor dood neervielen.

Bloedrood en hijgend met gierende halen zeeg hij neer op de rand

229

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.