De Soete Bazinne

Titel
De Soete Bazinne

Jaar
1960

Pagina's
314



glimlachte en ondertussen voor hen inschonk. Soms strekte er een zijn hand naar haar roze arm uit om die te strelen, zoals een hunkerende hond wil likken. Maar steeds was er een ander, die zo’n hand wegsloeg en zo was Jannegie Pietersdochter veilig in een boordevolle kroeg halfdronken kerels. Een boomlange Zweed stond op van zijn bank, waar hij reeds meer dan een uur had zitten drinken en loeren naar Jannegie Pietersdochter, samen met een forse maat. Hij waggelde naar de toog, schoof een paar kerels opzij, leunde toen op zijn sterke gestrekte armen. Hij vroeg jenever. Jannegie verstond hem niet, aarzelde even met inschenken en keek onwillekeurig wat angstig naar de halfdronken Zweed, die driftig met zijn knokkels op de toog tikte. Jannegie’s ogen zochten Ysbrandt de Graef, zij wilde hem roepen om de Zweed te vertellen, dat zij hem niet meer tappen wilde. De man begreep haar en voordat zij er op bedacht was, pakte hij haar beet, trok haar half over de toog. Glaswerk viel rinkelend op de plavuizen, tinnen kroezen met een doffe klap. Zij verweerde zich heftig en gilde.

Ogenblikkelijk besprongen enige gasten de Zweed, hartsvangers flikkerden. Maar deze Viking had zoiets meer beleefd. Met harde onmeedogende vuistslagen velde hij in een ommezien drie tegenstanders, met enkele vervaarlijke stappen was zijn maat naast hem en sloeg er nu ook twee tegen de vloer. Ysbrandt de Graef snelde toe, vloekte in het Zweeds, pakte er een beet om hem de herberg uit te werken, maar de waard werd ook ogenblikkelijk tegen de grond geslagen. Hij staarde hen versufd aan, terwijl het bloed uit zijn neus sijpelde. Gasten begonnen de herberg uit te vluchten, sommigen met een volle kroes bier in de hand, om zich drinkend aan de overkant van de straat op te stellen en te genieten van de vechtpartij binnen en het aftuigen van 'de Pijper’, waar de oersterke Zweden nu mee begonnen. Zitbankjes werden door de glas in lood vensters op straat geworpen, met een uitgerukte stoelpoot begonnen zij de inventaris te vernielen en hardnekkige varensgasten, die voor hun geweld niet wilden wijken, te bevechten.

Jannegie was weggedoken achter de toog om de glasscherven te ontwijken en omdat zij wist, dat het om haar te doen was. Niet om niets had die Zweed haar met zijn ogen zitten opvreten, nadat zij in het begin wat speels naar hem had gelonkt.

Buiten kwam er steeds meer volk samenrotten. Uit de kroegen van de Warmoesstraat en de Nes, uit de zijstegen. Vrouwen begonnen hysterisch te krijsen en de mannen op te zwepen om naar binnen te

228

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.