Met het hoofd in de nek, met koele vorsende ogen bekeek Anna Swaerdemaeckers haar eerste meid.
„Ik zeg het nog niet," fluisterde Dirckje en wiste tersluiks haar ogen af met de glazendoek.
„Het zal me wat moois zijn,” beet Anna haar toe „en snuit je neus niet in mijn glazendoek, neem een schone.”
Dirckje was geheel ontdaan en snikte maar. Geesje kwam bij haar staan, legde haar arm om haar schouder en veegde moederlijk haar gezicht schoon met haar neusdoek.
„Wat moet jij hier,” snauwde Anna, die haar nu pas werkelijk zag. „Dat ziet u toch wel, waardin,” riep Geesje stamvoetend.
„Ga aan je werk en bemoei je niet met ons.”
„Doe ik wel... ze is een vrije meid en aan u geen verantwoording schuldig als zij vrijt.”
„Ik wil weten met wie ze vrijt. Als het een of andere losbol is, kom ik er tegen op.”
„Het is haar zaak, haar leven. Misschien haar enige kans op een beetje geluk. Of moet ze soms altijd meid blijven? Het zou wel makkelijk zijn... na zo’n mislukte vrijage wordt ze nog tammer.”
Geesje wond zich meer en meer op. Haar grijze ogen vonkten, haar wangen waren hoogrood. Even moest de waardin een gevoel van bewondering onderdrukken... zo’n knappe vrouw. Maar toen deed ze een paar snelle stappen naar Geesje, rukte haar arm weg van Dirckje en sloeg haar hard en onbeheerst tweemaal in het gezicht. En Geesje, even onbeheerst, sloeg terug.
„D’r uit,” gilde Anna „d’r uit en verrek!”
Met beide handen haar wangen betastend, die gloeiden door de ferme slagen, staarde Geesje naar de waardin, opeens bekoeld door dat ‘verrek’. En zij zag de doodzieke Jan Seghers op zijn bed.
„Waardin!”
„D’r uit... hier je loon!”
Anna was uitzinnig van drift, grabbelde blindelings in haar beugeltas en wierp een handvol geld voor Geesje’s voeten.
„Waardin,” smeekte Dirckje „haar man... waardin!”
Maar Geesje had zich omgedraaid en kaarsrecht daalde zij het trapje naar de herberg af. Dirckje was met een paar stappen bij het deurgat. Riep. Geesje antwoordde niet. En Dirckje staarde naar de vale schemer van het Damrak, zichtbaar door de open deur, die Geesje niet achter zich gesloten had...
223