De Soete Bazinne

Titel
De Soete Bazinne

Jaar
1960

Pagina's
314



naar het welzijn van de stuurman, betaalde haar het hoogste loon voor een tweede meid en verder moest er worden gewerkt... en hard. Levenszorgen had iedereen.

En zo werd het eind april 1653. Door haar reis naar Rotterdam was Anna laat met de schoonmaak. Maar voor Pinksteren moest alles aan kant zijn. Hoewel het Anna aan het hart ging om een halve week omzet te missen, besloot zij toch 'De Lenteblom’ te sluiten. Met behulp van extra werkmeiden zou het wel lukken om in die paar dagen alles van kelder tot zolder schoon te maken. Anna beval Dirckje Swaen om de keukenmeid en haar hulpen in het oog te houden en daar een handje te helpen. Want de vrouwen uit de keuken waren van mening, dat het voldoende was als zij iedere dag de boel schoonhielden. En dit was heiligschennis in de ogen van de oerhollandse Anna, die de schoonmaak gelijkstelde met de hoogtij-dagen.

Anna en een werkmeid zouden de herberg en de opkamer onder handen nemen, terwijl Geesje en twee noodhulpen de woonverdie-pingen en de zolder moesten doen. Geesje begon op zolder en ’s middags waren ze zover gevorderd, dat zij aan Dirckje’s kamertje toekwamen. Alles ging van zijn plaats. De strozak uit Dirckje’s bed werd door één van de meiden uit het raam gewerkt en viel met een doffe plof op de binnenplaats, waar hij met nieuw stro zou worden gevuld. Maar zoiets beviel Anna niet, om de buren niet en bovendien gooit men geen beddegoed op straat al wordt die iedere dag geschrobd en daarbij was zij van die doffe plof geschrokken. Ze pakte haar rokken wat te zamen en rende de wenteltrap op naar Dirckje’s kamer. Maar toen zij binnenstapte en rondkeek, klaar om een uitbrander te geven, viel haar oog op iets wits op de schouwrand.

„Wat is dat, Geesje, voor dat je schrobt en boent hoort al het losse linnengoed in een wasmand. Zo zijn we dat hier gewend.”

„Is geen linnengoed, waardin, zijn handschoenen,” antwoordde Geesje kort aangebonden, blies een krulletje haar van het voorhoofd en ging verder met het ragen van de balken zoldering. Anna nam de handschoenen van de schouwrand. En was even sprakeloos.

„Waar komen die vandaan,” vroeg zij.

„Van onder de strozak,” antwoordde de werkmeid.

Weer bekeek Anna de handschoenen. Het waren witte soepele juchtlederen ruiterhandschoenen met lange kappen. Toen maakte de waardin haar standje over de strozak en verliet de kamer. De handschoenen omklemde zij met harde greep.

221

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.