De Soete Bazinne

Titel
De Soete Bazinne

Jaar
1960

Pagina's
314



kamer. Dan naar Burgemeesteren... maar de duivel zal over de muur worden gezet. Dat zal gebeuren door de knecht des Heren, dominee Johannes de Geer.

De Schout wilde meer weten over het geval van Jan Seghers en gaf instructies aan Pieter Ravesteyn. De substituut bezocht op een avond de zwakzinnige stuurman, maar werd niets wijzer omdat Jan Seghers geen woord uitte en hem alleen maar met onverholen vijandschap aanstaarde.

Oók bezocht hij dokter Todelche. De dokter kon hem slechts meedelen, zijn best te zullen doen om de stuurman te genezen, maar veel hoop had hij niet. Dit schamele resultaat rapporteerde hij aan de Schout. En hij veroorloofde zich de opmerking:

„Is ’t wel de moeite waard, mijnheer de Schout, ons hiermee te bemoeien. De man doet niemand kwaad.”

„Kunt u dat dominee De Geer aan zijn verstand brengen, substituut ? Als wij niets doen, zweept deze felle grijsaard alle dominees op en ook een groot deel van de rechtzinnige burgerij. Op geen enkel terrein mogen wij nu onrust dulden. Alles moet gericht zijn op één doel, Engeland weerstaan.”

Pieter Ravesteyn haalde de schouders op, zei:

„Beveelt u dan dominee De Geer zijn mond te houden.”

„Een fanatieke zielenherder iets bevelen ? Kom, substituut, wees wijzer. Hij zou in staat zijn een kleine godsdienstoorlog te ontketenen.”

De Schout glimlachte en drentelde op en neer. Hij zweeg een paar minuten, stond toen nadenkend stil voor zijn venster. Daarna zei hij: „Verzoek Chajim Todelche bij me te komen. Als hij Jan Seghers niet genezen kan, blijft er toch niets anders over dan de stuurman op te sluiten in het dolhuis, hoe zeer me dat ook spijt. Maar beiden moet het zwijgen worden opgelegd, de stuurman èn de dominee. Verder nog nieuws?”

„Aert Heineken heeft me weer aangesproken. En weer gevraagd om als dienaar te worden herbenoemd.”

„Nee, eens een dief blijft een dief.”

„Ik vrees, dat hij helemaal naar de kant van het geboefte zal afzakken, mijnheer de Schout. En met dieven vangt men dieven.”

Weer drentelde de Schout door zijn kamer. Opeens bleef hij voor Pieter Ravesteyn staan, keek hem pal in de ogen en beet hem toe: „U moet niet meer pleiten voor deze man, al is de meid, die hij

216

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.