De Soete Bazinne

Titel
De Soete Bazinne

Jaar
1960

Pagina's
314



Heftig schudde Geesje het hoofd en verliet met snelle stappen de kamer, want ze wilde sterk blijven in het bijzijn van déze vrouwen.

Ook dominee De Geer bezocht Jan Seghers. Dat was zijn plicht als zielenherder, deze gewonde moest gesterkt worden met het Woord. Met angstige verbazing en daarna met grenzeloze woede vernam hij de godslastering uit de mond van de stuurman. De Here dagvaarden ? De Almachtige ter verantwoording roepen?! Hij viel bijna van de trap zo snel wilde hij deze 'krocht van de duivel ontvlieden’, zoals hij de in tranen badende Geesje toeriep. Bijna ademloos van opwinding en het snelle lopen kwam hij in het Prinsenhof en eiste ogenblikkelijk te worden ontvangen door de Schout. Maar deze liet hem meer dan een uur wachten, waardoor de oude dominee heel wat kalmeerde en weer ontzag kreeg voor de wereldlijke overheid. Maar toen hij bij de Schout werd toegelaten, vlamden zijn woede en ergernis weer op. De Schout, aan zijn grote tafel gezeten, bekeek hem koeltjes, wees naar de stoel tegenover hem. En toen de dominee had plaats genomen, vroeg hij:

„Wat kan ik voor u doen, dominee?”

„Voor mij niets, Schout! Maar voor de Here kunt u, nee moet u iets doen! De duivel is binnen de poorten. Op de Raamgracht heeft hij zich genesteld in het huis van Jan Seghers, de stuurman. De Vierschaar moet gespannen worden, op de Dam moet dat addergebroed worden vernietigd!”

„Zo, zo, dat lijkt me een behoorlijke opgave, dominee. De duivel vangen en berechten,” zei de Schout en zijn ogen begonnen te twinkelen, „maar vertelt u mij eens, waarvan u de duivel beticht en hoe ik hem moet herkennen.”

„Ja... herkennen! Niet aan zijn figuur want hij heeft het lichaam van Jan Seghers gekocht en is daar in gekropen. Maar de stem en de geest van de satan, daarmee zult u geen moeite hebben. Die golven u tegemoet uit de mond van die stuurman.”

„En wat spuwt satan uit over Amsterdam, dominee?”

„Als ik niet wist, dat u de Schout was en als ik u niet geregeld onder mijn gehoor zag, dan...”

De oude man wiste zich het voorhoofd af, zo wond hij zich op. „Misschien zoudt u dan gedacht hebben, dat ik de duivel was,” lachte de Schout, „maar goed, wat is er met satan Jan Seghers?”

„God de Almachtige wil hij dagvaarden en ter verantwoording roepen

214

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.