De Soete Bazinne

Titel
De Soete Bazinne

Jaar
1960

Pagina's
314



„Ja, ja,” vervolgde de schipper, „eet er maar goed van. Daar moeten jullie van groeien. Dat zei mijn moeder ook altijd.”

„Dat was een verstandige moeder, schipper. En jij was een gehoorzaam jongetje, zo te zien,” zei Anna en nam weer een flinke hap. „Nou... niet altijd. Soms moest ze het me met geweld in mijn mond stoppen. Maar dat is al lang geleden. Ik eet nou wel zelf.”

„U zult wel hongerig zijn, zo op het water, niet?” zei Anna en bukte zich weer om eieren te pakken. De schipper hurkte neer, zo kon hij beter met de vrouwen praten en in de mand gluren.

„Nou, mens, op het water is het net of je een gat in je maag hebt, dan kun je altijd wel dooreten,” zei hij begerig.

„Dat is een vreemde ziekte, schipper. Ik heb een man gekend...”

Opeens hield Anna haar woorden terug. Nadenkend kauwde zij en dacht aan Ysbrandt de Graef. Hoe zou die het maken in zijn kroeg in de Nes? En Jannegie Pietersdochter? Zou ze die ouwe zeerover al zover gekregen hebben, dat hij haar trouwen zou? Of had ze zo al een deel van zijn geld in de wacht gesleept? Met een paar zoenen, of was ze al in zijn bed gekropen?

De schipper kuchte, nog steeds op zijn hurken. Langzaam keerde Anna haar gezicht naar hem toe, zag geen verweerde schipper meer, maar een verlegen jongetje met een hongerige blik dat niet vragen durfde.

„Een eitje, schipper?”

„Nou... joffer, als ik je niet ontrief.”

En met een lenige sprong stond hij op de voorplecht en hurkte als een hond bij de mand.

„Een snee brood, schipper?”

„Nou... joffer, ik kan nou wel zeggen nee, maar nou... asjeblieft.”

Met gracieuze bewegingen sneed Anna brood voor hem, belegde met kaas en gaf hem een paar eieren. Hij at met grote gulzige happen, pelde de eieren en stopte ze heel in zijn mond. Hij bleef begerig in de mand loeren, maar Anna nam de geruite doek van haar schoot en dekte resoluut toe.

„De dag is nog lang,” zei ze.

De schipper veerde op, schreeuwde weer wat naar de jager, wreef over zijn hangsnor, stopte z’n pijpje en banjerde over zijn roef naar het roer. Daar bleef hij staan en veegde almaar zijn snor af.

„Precies een kater, die zich likt, na het eten,” fluisterde Anna. Geesje’s ogen glinsterden van plezier, maar spoedig overvielen haar

209

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.