Seghers zei:
„De mensen zijn goed. Maar Gods hand was slecht.”
De reder wilde de verwarde stuurman niet opwinden met een scherp woord, maar zijn godsdienstig gevoel was toch zo gekwetst, dat hij iets zeggen moest.
„Jan Seghers... geen mens heeft ooit Gods hand uit de wolken zien steken. Gods hand heeft duizend vormen en is soms een mensenhand. De hand van de varensgasten, die jou uit zee opvisten, de hand van Anna Swaerdemaeckers, die diep in haar beurs tast om je naar huis te vervoeren, de handen van mijn knechten, die je omzichtig aan boord droegen.”
Peinzend tuurde Jan Seghers beurtelings naar de drie mensen, die samengepakt in het roefje stonden. Toen zei hij:
„Wiens handen gebruikte Hij om Douwe te laten verdrinken?”
„God zal je antwoorden op al je vragen, vroeg of laat. Het ga je goed, Jan Seghers.”
De reder reikte hem de hand. Jan Seghers’ ogen werden weer verward en hij riep:
„Dit is één van Gods handen... die wil ik niet drukken.”
Hij trok het laken over zijn hoofd en bezorgd verlieten de vrouwen en Gerrit Huygensz het roefje.
Zo nu en dan scheen de zon en het was warm voor de tijd van het jaar. De schuit voer zacht en gelijkmatig door de trekvaart.
Jan Seghers sliep rustig met een tevreden trek op zijn gezicht. Daarom hadden de vrouwen het benauwde roefje verlaten en zaten nu op twee biertonnetjes op de voorplecht. De schipper stond vergenoegd aan zijn roer, deze Amsterdamse waardin had hem ruime betaling beloofd. Hij rookte het ene pijpje na het andere en riep zo nu en dan iets naar de jager, die zijn paard met gelijkmatige tred liet voortsjokken.
Ondanks de treurige oorzaak van deze tocht genoot Anna. Eindelijk dan toch eens een reisje. Alles nam ze in zich op, het vlakke land met hier en daar reeds wat koeien, zelfs al een paar lammetjes bij de zwaarbevachte moeder. Aan de horizon torentjes of soms een rijtje molens. En daarboven de blauwe hemel, dan weer prachtig gevormde lichte of donkere wolkenkussens, die statig voortzeilden. Diep ademde zij de frisse lucht in en overdacht dat zij soms dagen achtereen de
206