De Soete Bazinne

Titel
De Soete Bazinne

Jaar
1960

Pagina's
314



de Haen deed nooit bijzondere verzoeken. Nadat hij zich had omgekleed en zijn huis aan de Keizersgracht verlaten had, was hij nog even besluiteloos als tevoren. Wat zou hij doen? Zijn moeder opzoeken in haar woning aan het Singel of... nog eens onderzoeken wat er in 'De Lenteblom’ aan de hand was. Hij koos het laatste.

Het was negen uur toen hij weer voor de herberg stond. Zwak licht schemerde door de bovenvensters. Er was dus iemand. Hij klopte, nog eens en nog eens. Steeds wat dringender. Eindelijk ging het deur-luikje open en hij keek in de angstige ogen van Dirckje Swaen. „Wat is hier aan de hand, Dirckje? Eerst hier geen avondbrood kunnen eten, daarna nog eens geklopt en nu eindelijk bange Dirckje achter de deur,” verweet hij wat opgewonden.

„De waardin is op reis. Om zes uur gaan we dicht. En blijven dicht.” „En voor goede vrienden, Dirckje?”

„De waardin heeft bevolen: niemand. Daar bent u ook bij.”

„Dirckje, maak open en vertel me wat er gebeurd is.”

„Nee, ik doe niet open. Ik kan ’t u zo wel vertellen.”

„Dan wil ik het niet horen, Dirckje.”

„Goed dan kapitein. Wel te ruste.”

Het luikje klapte dicht. Verbaasd en boos keek Philippe de Haen naar de deur, die opeens zeer solide gesloten leek en een onverbiddelijke scheidsmuur vormde tussen hem en Dirckje Swaen.

Balorig schopte hij er tegen, liep weg en moest plotseling om zichzelf lachen omdat hij zich als een boos jongetje gedragen had. Maar morgen, dan zou hij er voor zes uur zijn en dan moest en zou hij alles weten.

Roerloos stonden Geesje en Anna aan het bed van Jan Seghers in het gasthuis te Rotterdam. Daar lag een man met een vermagerd gezicht en holle koortsige ogen. De lichtgebogen neus leek mesdun, boven de half geopende mond groeide een blonde knevel en langs wangen en kin een verward baardje. Hij slikte soms nerveus en dan schoot zijn adamsappel op en neer in de uitgeteerde hals.

Angstig, met één hand voor de mond geslagen, staarde Geesje naar dit menselijke wrak. Was dit Jan Seghers, de ernstige en toch opgeruimde jonge kerel, die moedig en vol vertrouwen in de toekomst naar zee was gegaan om te trachten op te klimmen tot koopvaardijschipper, tot kapitein bij de oorlogsvloot, tot commandeur of... maar dat had hij nooit durven uitspreken, dat had hij alleen maar popelend

203

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.