De Soete Bazinne

Titel
De Soete Bazinne

Jaar
1960

Pagina's
314



maar drinken deed hij niet. Ja... die avond, toen had zij met haar nuchtere woorden zijn verliefdheid geblust. Daarna had zij hem wel hartstochtelijk gezoend, maar het deed hem niet veel meer. Harmonie, dat is één van de moeilijkste dingen in het leven. Bestaan er zielen, die altijd gelijk gestemd zijn of is het dom geluk als zij soms enkele minuten samengaan? Het was misschien die avond nog wel goed gekomen, maar daarna dat waanzinnige tafereel aan het IJ. En haar hysterisch gelach. Was het misschien dat lachen, meer nog dan haar nuchtere kijk op hun karakters ? Het was even ernstig als lachwekkend geweest, vooral die naakte substituut met dat korte schoudermanteltje om. Maar dat lachen... dat krankzinnige lachen, zoals alleen een vrouw dat kan en waarmee zij een tegenzin oproept bij een man. Vreemd, na die avond begeerde hij haar niet meer al vond hij het prettig haar te zien. Maar wat was er nu in 'De Lenteblom’ aan de hand? Zou ze bekeurd zijn? Misschien door Pieter Ravesteyn, die dienstklopper. Vreemde vent, die substituut. Een hond van een kerel in zijn ambt, sliep hij wel ooit? Dag en nacht kon men hem ergens ontmoeten. Altijd rusteloos door de stad scharrelend. Dat Burgemees-teren hem nog handhaafden, terwijl zij wisten dat hij behoorlijk achter de vrouwen aan zat. Goede justitiebeambten waren schaars en al hield hij dan van een amoureus avontuur, eerlijk was hij en onomkoopbaar. Hoog of laag, hij sleepte ze voor Mijne Heren van de Gerechte. Maar dat rusteloze... hijzelf was ook rusteloos. Hoe kwam dat? Is het dat vrijgezellenbestaan? Miste die substituut ook iets in zijn leven? Was die ook voortdurend op drift, naar iets, naar niets? Of zocht die ook onwillekeurig naar een houvast... een goede huisvrouw?

Philippe de Haen zuchtte. Vanavond weer dienst, weer patrouille met het korporaalschap, weer steeg in, steeg uit. Weer ergens een kroeg ontruimen; maar de Lenteblom, wat was er nu toch met die Lenteblom? Hij veerde overeind, grabbelde wat geld uit zijn zak en legde het naast zijn lege glas. Snel deed hij zijn koppelriem en mantel om en verliet het eethuis.

Hij bonsde langdurig op de deur van 'De Lenteblom’, maar toen er mensen bleven staan, liep hij verstoord verder. Hij dwaalde wat langs de IJ-kant en opeens besloten begaf hij zich naar de bevelvoerende kolonel om deze avond zijn dienst door een andere kapitein te laten overnemen. De kolonel stond het hem onmiddellijk toe want Philippe

202

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.