De Soete Bazinne

Titel
De Soete Bazinne

Jaar
1960

Pagina's
314



niet doen wat Hij wil, ook Onze Lieve Heer is verantwoording schuldig aan Zijn schepping en de mensen.

Een baardig gezicht buigt zich over hem heen. Een stoer en oud gelaat met vriendelijke grijze ogen.

„Daar ben ik, God... daar ben ik... en ik neem geen woord terug... geen woord! Ik heb gezondigd, ik heb verlangd naar Geesje, maar dat kind vergeef ik U niet... vergeef ik U nimmer, nooit en te nimmer, nooit en te nimmer.”

Haastige handen betastten zijn lichaam, zijn benen, zijn dijen. Het was de dokter van het zware retourschip Reimerswael van de Rotterdamse Kamer van de Oost-Indische Compagnie, op weg naar huis.

„We zullen hem in mijn hut brengen,” zei hij tegen de baardige schipper, die wat geschrokken was teruggeweken voor de wartaal van de drenkeling.

„Ik geef niet veel hoop, dokter,” gromde de schipper, „’t is hem in zijn kop geslagen. Hebt u het gehoord, hij dacht, dat ik God was en dat hij de hemel was binnen gezeild.”

„Afwachten, schipper,” antwoordde de dokter. „Ik zie het niet zo somber in.”

„En dat kind, dokter?”

„Dood. Een jong zeemansgraf, schipper. Holland betaalt met guldens en met stuivers.”

De schipper beklom de trap naar zijn dek. Grimmig keek hij over de kalme donkere zee en besloot af te monsteren bij de Compagnie. En dienst te nemen bij de Admiraliteit van de Maze. Uitvechten tot het bittere einde... en geen genade.

Samengedrongen stonden de vrouwen in het voorhuis van Simon de Bye. Vooraan de oudsten, de gezichten gegroefd, de ogen verdofd. Zij huilden niet, hun mannen waren tijdens hun huwelijk minder maanden thuis geweest, dan jaren op zee. Om de zoveel tijd was een ouder geworden kerel thuis gekomen en dan hadden zij de grijzende haren gezien, soms speels de bijgekomen rimpels en groeven geteld. En die kerel had wel gegromd en zij hadden de ogen neergeslagen om die koter in het looprek, waarvan hij de vader niet kón zijn.

De jongeren waren versufd. Hun wangen bleek, de ogen angstig. Want het leven ging verder en de kinderen waren nog niet groot genoeg. Dat betekende droog brood en werken, werken dag en nacht, na de gage, die de reder voor het laatst zou uitbetalen kwam er niets

198

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.