daar komen de wolven... vechten en dan naast de zeemeermin. Misschien is het een jonge en strijkt zij eens over je ouwe kop.
Weer snerpen de fluitjes. Weer rent het volk naar zijn plaats. Het schip van Simon de Bye zeilt voor zijn leven, onder al zijn doek. Uren verstrijken, de Engelse fregatten lopen in, worden groter en groter. Een boeg hangt al aan stuurboord, de tweede ligt nog een kwart mijl achter, aan bakboord.
„Zo... zo,” gromt de schipper tegen Jan Seghers, „ze nemen ons in de tang. Als we de kans krijgen, stuurman, dan zuigen we ons aan één van die twee vast... en dan op het mes.”
Jan Seghers knikt, hij is bleek. Ook hij voorvoelt de ondergang Tegen twee fregatten hebben zij geen kans met dit zwaarbeladen schip. En als zij zich vastklampen en overspringen en die ene uitmoorden, dan zullen zij dat met de tweede niet meer klaren.
De Brit ligt gelijk. Stuurboord aan bakboord. In zijn mast daagt de Parlementsvlag de Hollander uit. De schipper ontplooit de Statenvlag en hijst de bloedvlag boven zijn hek...
Het eerste salvo komt van de Brit, de kogels vallen in zee, de schepen liggen nog te ver uiteen. Een feilloze manoeuvre van de koopvaarder en hij ligt dichtbij, vuurt uit al zijn kanons van stuurboord. Een stuk verschansing van de Brit is versplinterd, zijn bezaan ligt over het kapiteinsdek in een wirwar van tuig en zeil. Nog een ruk, de Hollander ligt vlak naast de Brit en vuurt opnieuw. Maar de Engelsman doorziet het doel van de Hollander, wijkt langzaam uit, vurende uit de intact gebleven kanons. Hij moet voorkomen, dat de Hollander hem entert en overspringt. Tegen deze ervaren messenvechters is zijn grotendeels gepreste bemanning niet opgewassen. Het lukt hem en de enterdreggen bereiken hem niet. De tweede Brit ligt nu gelijk aan bakboord van de koopvaarder! Hij vuurt, tweemaal. De Hollander antwoordt maar niet meer met alle bakboordstukken, want zijn verliezen zijn reeds fors.
En dan schuift de eerste Brit weer langzaam op en vuurt bijna gelijktijdig met zijn te hulp gekomen maat. En zo voltrekt zich het lot aan het schip van Simon de Bye. Het houdt zich taai, vuurt onophoudelijk van stuurboord en bakboord; de Britten antwoorden salvo na salvo.
En langzaam maar zeker rammen zij de Hollander reddeloos, schieten zijn masten weg, versplinteren zijn verschansingen, brengen stuk na stuk tot zwijgen en rijten zijn romp uiteen. De Hollander blijft vuren, maar zinkt dieper en dieper en ten leste verdwijnt het schip van Simon de Bye in de golven.
195