De Soete Bazinne

Titel
De Soete Bazinne

Jaar
1960

Pagina's
314



verliezen, zijn volk is uitgeput. Maar toch zendt hij nog snelle fregatten achter de Hollanders aan, toch zijn enkele onvoorzichtige koopvaarders verloren. En het gros van de Engelse vloot keert, na drie dagen vechten.

En Tromp zeilt huiswaarts onder klein zeil, De Ruyter en Pieter Floriszoon op sleeptouw.

En hij houdt zijn vuren op, nog steeds bereid om te vechten met lege konstabelskamers.

En het was middernacht toen hij het laatste Engelse vuur aan de horizon zag verdwijnen.

Een herder had zijn kudde gered...

Het vierde schip van Simon de Bye zeilt voort. Onder al zijn doek. In Cadix heeft de schipper vernomen, dat Bestevaer Tromp wacht voor Ré. De afstand is voor hem te groot, hij kan het konvooi niet tijdig bereiken en als hij St. Martin binnenvalt, is de vloot van Tromp reeds enkele dagen vertrokken.

Weer ontplooit hij al zijn doek. Zijn masten kraken, buiswater spat tot in het kuildek, soms slaat een zeil uit de lijken.

Voort, voort, misschien kan hij Tromp inhalen, daarom zeilt hij gevaarlijk.

Het Kanaal. Storm. Zijn kans is verkeken. Alleen zal hij er door moeten komen, alleen het vaderland bereiken...

En stuurman Jan Seghers stond aan de kolderstok. De lucht was helder door harde wind, de sterren flonkerden. Schuimkoppen in eindeloze rijen, zilverwit. Machtig was de nacht, groots was de natuur en dit schip nietig... en toch zich jachtig voortbewegend in Gods eindeloos domein.

Genade, dacht Jan Seghers, niets dan genade des Heren. De mens is brutaal, kleiner dan een koe of een paard... Zijn koppetje niet groter dan een flinke kokosnoot, zijn handen kleiner dan een Zuiderzeebotje, zijn vingers zo groot als een baarsje. En dat doet maar, dat ijlt over land, dat jacht over zee. Dat bouwt torens van vijftigmaal zijn lengte... en schepen van tienduizend keer zijn gewicht. Dat wroet en wroet en bouwt en breekt af.

Jan Seghers glimlachte. Alles werd zo onbeduidend in de nacht, in Gods grote zaal met zijn nachtblauwe koepel, versierd door die flonkerende puntjes. Zo doorzeilen, altijd zo doorzeilen... nietig zijn in deze grote oneindigheid, altijd niets zijn. Of toch iets?... Ja... toch iets...

192

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.