doel. En steeds wordt hij teruggeslagen, steeds weer zeilen de smaldelen van De Ruyter, Evertsen en Pieter Floriszoon op hem toe en vuren hun volle lagen.
Weer daalt de nacht. Tromp ontvangt berichten, dat vele schepen gebrek aan kruit en kogels hebben en dat sommige reeds zijn leeggeschoten. Eén voorraadschip hebben de Admiraliteiten hem meegegeven, één vonden de schriele kooplui in Holland genoeg. Uit dat schip laat de vlootvoogd zoveel mogelijk verdelen, terwijl hij zachtjes voortzeilt naar het Nauw van Calais. Op alle bodems branden de vuren.
De derde dag. De vloot zeilt nu ter hoogte van Bevesier. Nog is de wind in het voordeel van de Brit en weer valt hij hevig aan. Tromps slagorde is nog ongebroken, de halve maan en daarbinnen de handelsvloot. Na twee uur vechten zijn vele Hollandse schepen leeggeschoten en willen vluchten. Een paar salvo’s van de commandeurs en zij keren terug tot de orde, voegen zich gedwee bij de koopvaarders, achter het schild waarmee een bekwame en bejaarde man de eer en het bezit van zijn volk verdedigt.
De vechtende vloot zeilt voort. Steeds meer schepen vallen uit, nog slechts een dertigtal vormt Tromps kracht.
Nog twee uur, dan zal de zon ondergaan. Blake verzamelt zijn macht. Nu zal hij de Hollander breken, nu zal hij hem vernietigen en uit zee vegen. Nu!
En de ervaren ogen van Tromp zien de bewegingen van zijn vijand. Steeds is hij meegezeild met het rijke konvooi en de leeggeschoten bodems, maar nu moet het anders.
Hij laat zijn marszeilen vallen en wacht, deinend op de golven. Blake valt aan. Verbeten. Tromp wijkt niet, vecht terwijl het konvooi voortzeilt naar de Vlaamse Banken, naar de veiligheid, want de Engelse bodems zijn te zwaar en zullen zich niet wagen in zulk ondiep water.
Tromps zorgen worden groter en groter. Hij weet, dat er nog voor één half uur munitie is. Dat hij over dertig minuten reddeloos zal zijn. Het scheepsvolk is dodelijk vermoeid, maar grimmig en verbeten. Zij kennen hun lot. Enterbijlen worden uitgedeeld, zij snijden ergens een spaander hout om de scherpte van hun hartsvangers te proberen. Straks zullen zij vechten, man tegen man. Dan zullen zij overspringen en weer de dood zaaien onder de Britten, die nog steeds een hevige angst hebben voor deze manier van vechten. En dan zullen zij met de vijand de lucht in vliegen of wegrotten in een Engelse gevangenis.
Het wordt anders bestierd. Blake breekt de strijd af. Hij heeft grote
191