De Schout knikte. Reinier Vinck haalde een klein Marokkaans dolkmesje te voorschijn, het vlijmscherpe haardunne lemmet flikkerde even in het kaarslicht. Met de punt sneed hi j voorzichtig kruislings in het laken, even graaiden zijn vlugge vingers en een brief lag op tafel.
De Schout boog zich naar voren, bekeek de lap. Bemerkte nu, dat twee zeer dunne stukken uiterst fijn laken op elkander waren geplakt en daar waar de brief had gezeten een zakje hadden gevormd. De brief was op vijf plaatsen met een cachet gesloten. En was bebloed. De mannen keken elkander aan en knikten bijna onmerkbaar.
„Mijn brief voor mijn vriend in Livorno, die ik Isaï Krumbach heb meegegeven,” zei Reinier Vinck gedempt.
„Wat stond daarin?” vroeg de Schout.
„Niets! Een onbeschreven blad.”
„En Isaï Krumbach?”
De Schout wreef zich over het voorhoofd. Reinier Vinck rees op, drentelde onrustig door de kamer.
„Laten we hopen,” zei de koopman gesmoord.
Het vuur knetterde. De stoeltjesklok tikte, zacht kraakten de schoenen van Reinier Vinck. Zijn stem was schor toen hij voortging:
„Het klopte dit keer, mijnheer de Schout.”
„Ja,” zei de Schout. „Ja... ik heb het overreiken van het laken gezien door het venster van een Beurswinkeltje. Ik had alle tijd om naar Cambells woning te gaan. De Fransman is gevat bij de Weesperpoort. Mijn compliment voor de manier, waarop u de Engelsman hebt meegelokt.”
Reinier Vinck ging zitten. Bij het vuur. Hij sloot de ogen en vertelde.
„Ik bood hem een dronk aan in een herberg. Maar hij pareerde met zijn puriteinse geloofsopvatting. Wij weten van elkander, dat we van de geheime dienst zijn... daarom ging hij niet in op mijn aanbod om bij mij thuis onze voorgewende vriendschap te bezegelen. Bij hém moest dat gebeuren... zoals ik had voorzien. Twee vliegen in één klap, die lap stof met de brief in veiligheid en misschien Reinier Vinck onschadelijk gemaakt. Er zijn huizen in Amsterdam met een onderkelder... och... en aan een lijk, dat in een gracht komt bovendrijven, kan men moeilijk constateren of het voordien gewurgd werd. Een oude koopman kan immers zo gemakkelijk in de duisternis te water raken.”
„Zal de President-Schepen uw verhaal en dit... als bewijs aanvaarden,
185