De Soete Bazinne

Titel
De Soete Bazinne

Jaar
1960

Pagina's
314



„Dat is een waar woord, koopman Cambell. Ik ga graag met u mee.”

Zij verlieten de Beurs en wandelden over de Dam, door smalle straatjes naar het huis van John Cambell. Opgewekt, maar waardig bestegen zij de stoep. Met een vrolijke zwaai van zijn arm liet John Cambell de klopper vallen. Onmiddellijk werd de deur geopend en daar stonden de Schout en achter hem vier dienaren. De Schout hief zijn korte roede van Justitie en zei:

„In naam van Mijne Heren van de Gerechte arresteer ik u, John Cambell.”

Met een snelle pas stond de slanke Engelsman op zijn bordes, met één sprong wipte hij over de ijzeren leuning en kwam soepel neer op straat. Rende de gracht op. Maar reeds waren de rakkers achter hem aan. Hij kwam niet ver. Bij de eerste zijsteeg sprong Pieter Ravesteyn met twee dienaren te voorschijn en greep hem. De Engelsman vocht vertwijfeld, zag nu ook van de andere kant dienaren aankomen en ook aan de overzij van de gracht. Opeens verzette hij zich niet meer en riep: „Ik zal u volgen.”

Een kring van rakkers stond om hem heen, er was geen ontsnappen meer mogelijk. Hij bracht zijn kleding in orde, keek hoogmoedig naar de Schout, die inmiddels ter plaatse verschenen was. Hij zei:

„De tweede vergissing, mijnheer de Schout.”

„Dit keer niet, John Cambell. Misschien is het dit keer ziel om ziel.” John Cambell verbleekte, het draaide hem voor de ogen. Met een slag viel hij voorover op straat. De Schout knielde naast hem neer. Betastte hem onder zijn wambuis, onder het hemd en vond het staal zwart laken. Hij knikte ernstig naar Pieter Ravesteyn, stond op en gaf verdere bevelen. Toen begaf hij zich naar huis, de lap zwart laken in de binnenzak van zijn schoudermantel.

’t Schemerde toen Reinier Vinck zich naar het huis van de Schout spoedde. Op zijn driftig kloppen werd haastig geopend en hij glipte naar binnen nadat hij snel rondgekeken had of hij niet gevolgd werd. Toen hij de werkkamer van de Schout betrad, zag Reinier Vinck hem voor het houtvuur staan, turend in de vlammen. Zij begroetten elkander vluchtig, namen aan tafel plaats, waarop ’t opgevouwen stuk zwart laken lag. Zij spraken niet. Reinier Vinck betastte met snelle vaardige vingers de stof, schoof de driearmige kaarsenluchter dichterbij. Hij wees op een plek.

„Hier,” zei hij.

184

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.