De Soete Bazinne

Titel
De Soete Bazinne

Jaar
1960

Pagina's
314



stild door de gruwelen verder leven. Beheerst! Beheerst geworden door een zwerftocht van jaren, van stad tot stad, van familie naar familie, tot in Altona. Beheerst geworden door gevaarlijke situaties, een jodenkind overgeleverd aan het toeval... toeval? Of in Gods hand? Jong opbloeiend joods meisje, door troebele ogen van ruw mansvolk nageloerd, ontsnapt aan verkrachting door het toeval... toeval? Of Gods hand? Een rijzige beeldschone joodse vrouw, huismeid hier, kindermeid daar, ’s avonds lezend en studerend en eindelijk in Altona rust vindend... door toeval? Of Gods hand? Rust bij Zipora Ballin, de oude moeder van Meïr... Zipora Ballin, een oude wijze en krachtige moeder uit Israël. Haar wensen werden door haar zoon vervuld, haar woord was wet. En haar woord tegen Meïr: dit kind Genendel, de dochter van je boezemvriend Elia Kossmann, zal mijn dochter zijn. De Almachtige stuurde mij deze wees. Zoek de resten van Elia’s vermogen, zodat zijn kind haar deel ontvangt. En, Meïr, je bent mijn erfgenaam, Genendel zal de jouwe zijn nu het Opperwezen je niet gezegend heeft met kinderen. Beloof me dit en bewaak haar leven.

En Meïr Ballin, de rijkste jood van de Duitse landen, beloofde het zijn moeder en zond een scherpzinnige jongeman uit om Elia Koss-manns vermogen terug te vinden. Nuchter, analyserend is haar verstand geworden in het comptoir van Meïr Ballin. Wijs door de levenslessen van een oude vrouw. En toen Zipora gestorven was, zei Meïr Ballin: Moeder heeft bevolen, dat je leven zult onder een goed en mild volk, Genendel. Ga naar Amsterdam. Mijn geld is je schild. Lief? Kan een vrouw lief zijn na zulk een jeugd? Is er nog zachtheid in Genendel?

Isaï sloot zijn ogen. Zag het gezicht van Genendel, voelde haar handrug weer strijken langs zijn wang. Herinnerde zich de kus die hij op haar koele voorhoofd drukte en zag weer haar hoofdje wringen om zijn zoen te ontgaan. Kuis? Was zij kuis naar de aard der jodinnen? Was haar mond kuis... ja... deze mond was kuis.

Hij sloeg de ogen op. Onbeweeglijk stond de kaarsvlam. Hij staarde naar het licht... daar doemde een andere mond op... lokkend en begerig. .. de mond van de blonde vrouw aan het venster, die naar zijn vioolspel had geluisterd, de blonde Venus aan de overkant van de binnenplaats van Chajim Todelche’s huis.

Hij glimlachte weer. Voor haar had hij gespeeld en Genendel had hij het geweigerd. Waarom?... Waren zijn gevoelens voor Genendel dan anders? Hield hij genoeg van Genendel? Waarom die vraag, nu?

Onrustig keerde hij zich op een zij... hield hij van Genendel? Ja,

181

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.