De Soete Bazinne

Titel
De Soete Bazinne

Jaar
1960

Pagina's
314



Hij hoorde hem weer driftig, boos en een beetje vochtig praten. Een reisfactor reisde alléén en zorgde zelf voor alles. Daar! Een reisfactor is geen keurvorst en wat een knecht kost, dat vindt men niet op straat. Had hij, Jokel, ooit één thaler op straat gevonden? Oser!! Drek vindt men op straat, maar geld?! En een knecht kan goochem zijn en goed opletten en later naar een ander gaan om daar alles te vertellen tegen een goede beloning. Zijn er geen concurrenten genoeg? En zal men de kat op het spek binden?! Spek! Heb ik spek gezegd? Wöh... Süsse, gib mer a stick Apfelstrudel um das treife zu vertreiben!

Isaï lachte opeens hardop. De rijknecht keek hem van terzij aan, die jood deed soms vreemde dingen. Gisteren, toen het nog mooi weer was, had hij telkens gegaloppeerd en het hoogste lied gezongen en toch had hij amper één roemer wijn gedronken.

„Waarom lacht u, koopman?” vroeg hij wat argwanend.

„Om mijn eigen gedachten. Het grootste plezier beleeft men meestal alleen.”

„Laten we voortmaken, koopman. Er zwerft hier veel slecht volk rond. Broedsel van Spaanse huurlingen en weggelopen meiden. En of ze een konijn slachten of een mens is voor hen hetzelfde.”

„Niet zo somber, in al die jaren, dat ik reis heb ik geen moeilijkheden gehad.”

De rijknecht trok zijn ruiterpistool uit de zware zadelholster en controleerde zwijgend en grimmig of vuursteen en slot in orde waren. Ook probeerde hij of zijn hartsvanger makkelijk uit de schede ging. Toen greep hij de teugel van Isaï’s paard en zette de dieren in draf. Isaï glimlachte, dat was een goede rijknecht. En zijn bijzondere zorg zal Genendel wel extra beloond hebben.

De schemer viel, de wind begon op te steken. Isaï trok zijn reismantel vaster om het lichaam. Krachtiger werden de windstoten, hier en daar scheurde het wolkendek en een enkele ster werd zichtbaar. Daar was een bos, de weg liep er doorheen. De rijknecht hield zijn paard in, keek omzichtig rond.

„Zullen we het wagen, koopman?”

„Waarom niet? We draven met vier paarden en het geboefte zal denken, dat we een ruiterpatrouille van de Baljuw zijn,” zei Isaï opgewekt.

„Jawel, jawel ...maar zo benauwd zijn die van ’t Heike niet. Hebt u veel kostbaars bij u, koopman?”

„Brieven, beste kerel, alleen brieven. De hele wereld heeft mij brieven

178

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.