„Een fors bewijs, koopman Vinck,” zei hij.
Zwijgend liep Reinier Vinck naar de deur, maar voordat hij opende riep de secretaris:
„Wat hebben die graanschepen uit te staan met die lening, koopman?” „De ene dienst is de andere waard. Als ik een willige stemming kan kweken bij die Duitse joden... misschien kan ik hen overreden die lening niet te verstrekken.”
„Als u die lening verhinderen kunt, koopman, zal ik u zes schepen geven in het konvooi van...”
Hij hield geschrokken zijn woorden in, maar Reinier Vinck keerde zich om en zei:
„U kunt me vertrouwen, Siebe Montanus.”
„Februari... dan zal Tromp uitvaren,” antwoordde de secretaris gedempt.
„De lening zal ik verhinderen... u wilt mij wel tijdig naam en ligplaats van de schepen meedelen. Goedendag, secretaris.”
Buiten haalde Reinier Vinck diep adem en voelde zich treurig. Binnen drentelde Siebe Montanus onrustig door zijn kamer. Wie was die Reinier Vinck? Was deze vos toch te loos geweest? Vandaag nog zou hij de Schout waarschuwen, want deze man moest streng worden gecontroleerd.
Een paar dagen later ontmoetten Reinier Vinck en Isaï Krumbach elkander ter Beurze. De koopman deelde de reisfactor mee, dat hij er in geslaagd was zes schepen voor de verscheping van het graan te charteren, met speciale toestemming van de Admiraliteit. Isaï vroeg naar de verschepingsdatum. Van deze vraag schrok Reinier Vinck, want deze datum moest geheim blijven tot minstens acht dagen na het uitvaren van de vloot. Als hij deze reisfactor nadere inlichtingen gaf, zou dat zeker algemeen bekend worden en door de Engelse dienst worden opgevangen en doorgegeven. Onder geen beding dus een datum. Op zijn ontwijkend antwoord zei Isaï Krumbach, dat hij geen definitieve transactie mocht afsluiten als de verschepingsdatum onbekend bleef en bovendien vreesde hij, dat de belangstelling van zijn principalen met de dag geringer werd en dat hij opdracht zou krijgen om andere wegen te zoeken. Zij namen koeltjes afscheid en spraken af, dat zij een der volgende dagen nog eens verder zouden praten.
Toen Isaï Krumbach de Beurs verliet, werd hij weer aangesproken door John Cambell, die vroeg of hij reeds antwoord kon geven op de
163