bont voor hun vrouwen en liefjes, dosten zich uit als hansworsten en dachten dat een vloot vanzelf zee koos. En dat een varensgast leven kon van wind en water. Wat betekenden hiertegen de enkele goede vaderlanders, die de kosten van een heel vendel soldaten voor hun rekening namen? Of geen geld wilden beuren voor gevorderde schepen?
Siebe Montanus verborg het gezicht in de handen. Waarom nog hier zitten, waarom liet hij ze niet verrekken? Laat ze dan uit zee gebezemd worden, laat ze dan verarmen en ondergaan, want ze verdienen niet beter. Alleen geld en eten en drinken is hun levensvulling...
Een schrijver klopte en trad binnen, meldde de komst van koopman Reinier Vinck. Ja, ja... die Reinier Vinck, ook zo een! Zeurt om drie schepen, om graan te brengen naar Livorno. Riep daarvoor zijn relaties te wapen, zelfs de Schout had hij voor zijn karretje gespannen. Drie schepen om zijn buidel te spekken.
„Laat hem binnen," zei Siebe Montanus op afgebeten toon.
Stug wees de secretaris Reinier Vinck een stoel aan. Nauwelijks had de koopman plaats genomen of Siebe Montanus barstte los.
„Drie schepen hebt u gevraagd? Drie... ik heb ze niet!! En mij dunkt, u had ze niet moeten vragen, noch uw invloedrijke relaties hiervoor in het geweer brengen. Het is nu geen tijd om geld te verdienen, koopman, maar een van véchten op leven en dood.”
„Dat is mij niet onbekend, secretaris,” antwoordde Reinier Vinck droogjes, „maar ik veronderstel, dat u toch ook graag de Straatvaart voor ons behouden ziet.”
„Als de Straatvaart nu voor ons verloren gaat, dan winnen wij die straks wel weer terug, koopman.”
„Dus u verkiest na deze harde oorlog een strijd met Frankrijk, met Genua, met Toscane, met de hemel weet wie nog meer. Het lijkt me logischer om een bescheiden zending graan te sturen en straks misschien nog eens. Zolang we sturen, blijven de kopers hopen op meer. Ze zullen wel steeds ongeduldig om levering reclameren, maar geen andere wegen zoeken. Alleen als zij bemerken, dat hun leverancier definitief in gebreke blijft, dan zoeken zij energiek een nieuwe bron en de oude relatie wordt voor jaren vergeten.”
Siebe Montanus neep zijn ogen en beschouwde aandachtig Reinier Vinck. Een bijna onmerkbare glimlach speelde om zijn mond toen hij schamper antwoordde:
„U bent een geroutineerd koopman. U wilt uw klanten daar aan het
161