Manasse Gompertz en zoeven tegen Reize, was hij niet helemaal gerust geweest. Want een jood is nooit helemaal gerust, zelfs niet in een land waar reeds driekwart eeuw geleden godsdienstvrijheid was afgekon-digd. Men kan afkondigen, dacht de dokter, maar als het volk, het lagere volk er niet rijp voor is? Een vraag voor Manasse, daarom glimlachte de dokter en de Schout dacht, dat zijn milde woorden deze joodse man hadden gerustgesteld.
„Dokter Todelche, ik heb u ontboden om uw medewerking te verzoeken in een zaak, die de Amsterdamse handel zeer ter harte gaat.”
De Schout strekte zijn handen plat voor zich op tafel, wreef ze om beurten, terwijl hij er naar keek. Chajim Todelche lette scherp op, de Schout begon zich te concentreren, hij zou lang en grondig willen praten, maar toch niet te veel van zijn innerlijke roerselen blootleggen. De Schout vervolgde, terwijl hij opeens een onderzoekende blik op de dokter wierp:
„De jongedochter Genendel Kossmann, die bij u inwoont, schijnt een belangrijk persoon te zijn in de Europese financiële wereld. Niet alleen belangrijk, maar ook krachtig... en onverbiddelijk.”
Chajim Todelche voelde de moeilijkheid oprijzen, de zaak tegen Simon de Bye, waarvoor hij Genendel gewaarschuwd had. Maar Genendel had hem slechts ondoorgrondelijk aangekeken en niets geantwoord. De Schout vervolgde op autoritaire toon:
„Ik neem aan, dat u op de hoogte bent. Het is de gewoonte van de joden alles van elkander te weten. De kooplieden beklagen zich bij mij, dat een buitenlandse jodin door het bezit van vele schuldvorderingen het oude koopmanshuis van Simon de Bye kan breken. Haar rechten worden niet betwist, maar men acht het onmenselijk de man geen kans te geven.”
De Schout gebaarde even met de hand om Chajim Todelche verlof tot antwoord te geven. De dokter slikte nerveus, zijn hele wezen was stoer en goedmoedig, maar zodra het zijn volk betrof, werd hij onverzettelijk.
„Mijnheer de Schout heeft mij maanden geleden verzocht te bewerkstelligen, dat de koopman uitstel werd gegeven, toen Genendel Kossmann een bescheiden oude vordering wilde incasseren. Aan uw verzoek werd voldaan, maar de manier waarop Simon de Bye haar behandelde toen hij eindelijk betaalde, was zo beledigend dat zij het nimmer wil vergeten.”
„Dus zij neemt wraak? Zij heeft dan wel zeer nauwkeurig haar tijd
156