Wanhopig haalde Chajim Todelche de schouders op, hield zijn pas in en wandelde de straat uit. De mannen volgden, gedrieën op een rij. Oud en waardig. Even keek de dokter om en Manasse knikte hem bemoedigend toe, terwijl hij riep:
„Wees gerust, Chajim, mijn zoon. Je zult niet alleen en verlaten voor Nebukadnezar verschijnen. De Oudsten van Israël zijn met je... tot voor de Asmodee... tot in het Gehenna.”
Toen lachte dokter Chajim Todelche en wiste de tranen uit zijn ogen. Hield zijn pas in, zodat de drie ouden hem konden bijhouden. Dacht aan het woord van zijn vader: „Eerbied voor de ouderdom is een hoeksteen van het huis Israël.”
In het Raadhuis wachtte de dokter een verrassing. Een schrijver van de Schout deelde hem mede, dat joffer Todelche hem beslist niet begrepen had, want de Schout had de dokter eerst tegen morgen ontboden. Een beetje ongerust informeerde Chajim of er iets ernstigs was gebeurd, maar de schrijver stelde hem daaromtrent gerust. Wat de heer Schout te bespreken had, was hem echter onbekend. Opgelucht nam de dokter afscheid.
Toen hij bij de uitgang gekomen was, bleef hij staan, getroffen door een opmerkelijk tafereel bij de poort van het Prinsenhof.
Daar zat op een oude kanonloop, die, in de grond gestoken, diende als stootpaal voor de karossen, Manasse Gompertz. En ter weerszij van hem stonden de oude begeleiders. Een beeld kwam Chajim Todelche voor ogen... zo moest Mozes hebben gezeten toen de Israëlieten Kanaan binnenvielen. Chajim glimlachte, ’t ontbrak er slechts aan, dat de ouden Manasse’s opgeheven armen steunden tijdens de slag die de dokter in het Raadhuis zou moeten leveren.
Langzaam, een brede glimlach op zijn gezicht, naderde de dokter de drie oude mannen. Verbaasd keken zij hem aan.
„Niet gevangen genomen?” vroeg Manasse.
„Goddank... nee...,” antwoordde de dokter.
Manasse Gompertz hief waarschuwend de vinger op en riep:
„Dan is het een losgeld dat zij eisen!”
„Waarom een losgeld?”
„Je wilt ons toch niet vertellen, Chajim, dat de Schout, dat de Burgemeesters alleen maar je ponem wilden zien? Als de Heren iets doen, willen zij er voor betaald worden,” zei Manasse en tikte met een spitse vinger de dokter nadrukkelijk op de borst.
154