De Soete Bazinne

Titel
De Soete Bazinne

Jaar
1960

Pagina's
314



„Niks, helemaal niks,” krijste Reize, „zijn jullie mesjogge? Gaan hier zitten lernen, terwijl de Schout wacht?”

„Reize heeft gelijk,” zei de dokter en rees op.

„Heeft Reize gelijk?” vroeg Manasse, blijkbaar niet van plan op te staan. „Al zeg jij, Chajim, dat Reize gelijk heeft, dan heeft ze nog geen gelijk. Want waarom zou Reize gelijk hebben? Kan een Schout niet wachten, wanneer het om het leven van een jiddisje huisvader gaat? Hij kan wachten, hij moet wachten.”

De dokter liep de kamer uit, Reize volgde hem. De drie oude mannen bleven geduldig zitten, de ogen gesloten en langzaam hun baarden strijkend. Ze spraken geen woord.

Na een groot kwartier kwamen Chajim en Reize terug. De dokter droeg zijn sabbatpak, slechts een kleine witte nieuwmodische bef vrolijkte het strenge zwart wat op. Reize hielp hem in zijn mantel en begon te huilen.

„Chajim, Chajim,” snikte zij. „Ik zal... nooit, nooit zal ik hertrouwen,” en zij klemde zich even aan hem vast.

„Reize,” zei Manasse Gompertz boos, „dat is een neweire. Een weduwe moet altijd hertrouwen. En er zijn weduwnaars genoeg in de qehiloh... heel rijke weduwnaars met kinderen, die een moeder hard nodig hebben.”

Nu werd de dokter toch ook boos, legde zijn hand op Manasse’s arm en zei:

„Wat is dat voor een manier van doen? Ben ik soms al dood?”

„Men zal vooruitzien,” antwoordde Manasse Gompertz beheerst. „En men zal heel dankbaar zijn voor de goede zorgen, die Haqodaush boroech hoe aan je weduwe zal wijden. Hoeveel mannen is dat beschoren, Chajim, te weten, dat zijn weduwe niet verlaten zal zijn.” „Manasse Gompertz, ik heb er genoeg van! Ik ga, want de Schout heeft nu lang genoeg gewacht.”

„Een waar woord... een wijs woord... een eerbiedig woord, Chajim. Je hebt al veel te lang getreuzeld. God verhoede, dat de Schout dit de qehiloh aanrekent.”

Zij verlieten de kamer en de drie mannen schreden waardig naar de voordeur. Chajim Todelche opende, stapte energiek op straat en deed een paar snelle passen.

„Ho...,” riep Manasse Gompertz, „ho... mag men een oud man zo opjagen? Ben jij een werkmeester van Farao? Pas op, Chajim, je zoudt een oud man buiten adem brengen.”

153

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.