De Soete Bazinne

Titel
De Soete Bazinne

Jaar
1960

Pagina's
314



ster voor de vloot van de Admiraliteit van Amsterdam. Er zijn beste kapiteins, die goeie schafting geven en geen dieven zijn. Wie eerst? Meiden, een rondje voor de Admiraliteit!”

Ysbrandt de Graef ging aan een tafel zitten. Jannegie Pietersdochter bracht hem een vel papier, een ganzeveer en inkt. De gasten verdrongen zich voor de tafel om te tekenen. Velen van hen waren voor dit doel naar de herberg gekomen, maar om Ysbrandt de Graef z’n toespraak en zijn Admiraliteitsrondje cadeau te geven, daaraan dachten ze niet. Dat hoorde bij het monsteren en zij speelden het spel volgens de regels.

Glimlachend verliet Reinier Vinck de herberg. Holland kon gerust zijn, de vloot zou worden bemand.

Op de terugweg naar huis ontmoette hij de Schout. Reinier Vinck vertelde hem van zijn bezoek aan de kroeg van Ysbrandt de Graef en de reden waarom hij hem had willen spreken.

„Ik heb drie schepen nodig om graan te brengen naar Livorno. Varen wij niet, dan komen Genuezen naar Amsterdam en u begrijpt, dat dit voorkomen moet worden, mijnheer de Schout. Ik moet u nu lastig vallen met het verzoek om te interveniëren bij de Admiraliteit. Soms is mijn status van geheime dienaar der Justitie wel lastig.”

„Ik zal bij Siebe Montanus voor u pleiten, koopman Vinck. Hoe groot moeten de schepen zijn?”

Reinier Vinck haalde de schouders op en antwoordde:

„Laat hij drie kleine koopvaarders vorderen. Schepen, die te licht zijn als oorlogsbodems. Met veertien dagen moeten zij uitvaren.”

De Schout vroeg nadere bijzonderheden en Reinier Vinck vertelde hem van de transactie met Isaï Krumbach.

„Koopman Vinck, u zult geen toestemming krijgen om deze schepen zonder konvooi te laten uitzeilen. Maar Hunne Hoogmogenden zijn van plan om Tromp begin februari te laten uitlopen. Hij moet honderd-vijftig koopvaarders door het Kanaal brengen. Bij deze vloot kunt u zich aansluiten.”

„Dat is groot nieuws, mijnheer de Schout.”

„U hoort ’t, de Schout heeft ook wel eens iets bijzonders.”

Reinier Vinck keek éven terzij, zag een hoogmoedige trek op het magere gezicht van de Schout, die recht voor zich uitkeek. De koopman glimlachte en antwoordde:

„Ik zal dat ogenblikkelijk revancheren. Ik heb gehoord, dat John Cambell twee miljoen thaler tracht te lenen.”

147

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.