De Soete Bazinne

Titel
De Soete Bazinne

Jaar
1960

Pagina's
314



De volgende morgen ging Reinier Vinck naar de herberg van Ysbrandt de Graef in de Nes. Hij had hem 'De Pijper’ gedoopt. Deur en vensters stonden open, maar toch was de kroeg zo vol tabakswalm, dat koopman Vinck even moeite had om de talrijke gasten te onderscheiden. Ze stonden opeengedrongen, met bierkroezen of jeneverglazen in de ene en een Goudse pijp in de andere hand of sneden met forse japen schijven van een boerenworst, die ze onder de arm geklemd hielden. Sommigen hapten van een witbrood, dat overlangs middendoor was gesneden en belegd met een homp kaas. Weer anderen scheurden het vel van een gerookte schar of een paling en kloven met gulzige vette lippen het vlees van de graat. En allen hadden hun mutsen of hoeden op.

Zij luisterden naar Ysbrandt de Graef. Hij stond op een bierton, midden in zijn herberg, en was gekleed als een bootsman van de Compagnie. Maar op zijn hoofd droeg hij een oude muts met een vosse-staart, een geuzenmuts, zoals de opstandelingen tegen Philips driekwart eeuw geleden hadden gedragen. Hij had hem op de rommelmarkt voor een paar stuiver gekocht en telkens als hij in zijn herberg het volk ging toespreken, zette hij hem op om daarmee te kennen te geven, dat hij in functie was. Reinier Vinck bleef achteraan staan bij de deur en keek langzaam de herberg rond. Langs de muren stonden zware eiken banken, waarop nog wat gasten zaten, de benen vooruitgestrekt en de hoed over de ogen, kennelijk van plan om wat te slapen. Vrouwen scharrelden rond, bedelden hier en daar om een borrel of zetten zich neer naast de mannen en fluisterden hen in het oor. Twee onverzorgde meiden liepen wat rond, veegden hier en daar met een doek nonchalant over een vuil tafelblad of brachten traag een kroes, die Jannegie Pietersdochter achter de toog tapte.

Jannegie knikte de koopman toe en het leek hem, dat zij angstig keek en hem bijna onmerkbaar met de hand beduidde om weer te vertrekken. Ysbrandt de Graef had de koopman ook opgemerkt en hij staarde hem onaangenaam aan met zijn lichte boosaardige ogen. Reinier Vinck keek terug, onvervaard en autoritair, niet van plan om voor wie dan ook deze herberg te verlaten. De waard knipperde met de ogen voor de koele blik van Reinier Vinck, kuchte en begon te spreken. Want een paar gasten hadden ongeduldig geroepen of er nog wat van kwam.

„Mannen...”

„... en malse wijven,” riep een jonge kerel.

„Hou je smoel, zeun,” beet Ysbrandt hem toe, „neem je moer in de

144

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.