De Soete Bazinne

Titel
De Soete Bazinne

Jaar
1960

Pagina's
314



„Best, koopman Vinck, ik kan u straks twee termijnen tegelijk aflossen. De klanten komen weer geregeld en zijn niet meer zo zuinig. Ze laten de oorlog de oorlog.”

„Zo, zo, en hoe gaat het met Ysbrandt de Graef?” vroeg hij lachend. „Oh koopman!” Ze sloeg een hand voor de mond. „Oh, dat had ik bijna vergeten te vertellen, moet u horen! Laat ie me nou een herberg openen in de Nes. Geen drooggasterij, maar een echte wijn- en bierkroeg voor de varensgasten.”

„Nou, nou, die ouwe Ysbrandt heeft nog moed.”

„Moed? Een brutale vlerk is het.” Anna wond zich op. „Moet u horen... had ie een paar meiden gehuurd om te bedienen, maar die lieten zich te veel door de gasten aanhalen en gapten van de ontvangsten. Nou moet u horen, moet u horen... hij had hier nog een paar Ceylonse spulletjes staan, prachtige dingetjes. Ik zeg tegen Jannegie... breng dat naar hem terug. Nou... laat ie haar nou onderhuren voor tweemaal zoveel als bij mij... en een eigen kamer op de eerste verdieping aan de achterkant.”

„Anna, Anna, dat is een strop voor je.”

„Ja, zal je nou goed doen? Maak je van een werkmeid een dienster, dat is toch de eerste sport, niet, koopman... en dan dat! Zo’n ondankbare sloerie.”

„Ja, Anna, misschien neemt Jannegie Pietersdochter nu wel tien sporten tegelijk. Misschien ineens de hele ladder,” zei hij glimlachend. „Wa... wat?” stamelde Anna. „Zou die knappe blonde meid zich verkopen aan die ouwe... aan die aftandse zeerover?”

„Ik zou mij daarover niet opwinden, Anna. Je hebt je plicht gedaan.” „Ja, dat wel, maar het is toch zonde, eeuwige zonde, zo’n prachtmeid bij die viezerik, bah.”

Ruw schonk ze een teug brandewijn in een glas, spoelde haar mond en spuwde uit in de koperen kwispedoor.

Reinier Vinck legde geld op de toog, groette en verliet de herberg, die zich vulde met gasten, want de Beurs was uit. Nadenkend wandelde hij naar huis, dacht aan het blonde Jannegie en aan Ysbrandt de Graef. Ysbrandt, die ouwe hoogbootsman, die zeerover, die ronselaar voor de Admiraliteit. En hij deed het heel goed, volgens Siebe Montanus. Morgen zou hij hem eens opzoeken, misschien kwamen daar al schippers die avontuur en lading zochten... Misschien kon hij daar scheeps-ruimte vinden voor dat graan van Isaï Krumbach.

143

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.