kuste haar op het voorhoofd en op de mond, die zacht en koel was. Zo stonden zij enige minuten.
„Isaï,” fluisterde zij, „ik heb iets te liquideren met de koopman Simon de Bye. Wil je met mij meegaan?”
Verbaasd keek hij haar aan. Haar ogen waren nu hard, haar kinnetje trilde, zo beheerste zij zich om iets. De greep van haar slanke vingers om zijn polsen werd vast. Zij trachtte te glimlachen. En zij vertelde hem haar wedervaren in het kantoor van Simon de Bye. Hoe zij behandeld was als een melaatse, hoe hij haar had willen vernederen, omdat zij een jodin was, die haar geld vroeg.
„Wat wil je, Genendel? Wij zijn paria’s, gevloekt sinds de dagen van Titus,” zei hij gesmoord.
„Wij zijn niet gevloekt. God geeft ons een harde les, een lange harde les, die eeuwen duren zal, maar eens komt de dag, dat we in Eretz zullen zijn... vrij, gelijk, geacht. En deze koopman, deze Simon de Bye, die zal ik breken om zijn hoon. Ik heb het gereedschap.” „Welk?”
„Meïr Ballin heeft Duits papier voor mij gekocht. Schuldvorderingen op Simon de Bye. Ook Meïr Ballin wil wraak voor de dochter van zijn boezemvriend Elia Kossmann. Daarom is aan dat papier niet te tornen. Hij zal moeten betalen zonder uitstel, of waarden afstaan. En ik geloof, dat daarna deze koopman geen vermogen meer zal hebben. Zonder een penning zal hij achter blijven, zonder krediet. En hij zal zich die dag herinneren tot zijn levenseinde.”
Zij liet zijn polsen los, liep langzaam naar de deur. Isaï leunde met het hoofd tegen de schouwrand en had weer met beide handen de grepen omvat, zijn geliefkoosde houding als hij bezorgd was en in het vuur wilde staren. Bij de deur keerde zij zich om, keek met genegenheid naar zijn lange figuur, breed in de schouders, smal in de heupen, zijn slanke benen in de juchtlederen ruiterlaarzen.
„Zal mijn man naast zijn vrouw staan?” vroeg zij nu weer met zachte stem.
„Hij zal,” antwoordde hij schor.
En ze zag hem de handvatten vaster pakken alsof een drift hem overviel. Toen glimlachte zij en ging.
Op de Beurs overhandigde Isaï Krumbach de wissels aan Reinier Vinck. Aandachtig bekeek de koopman de papieren. Klinkende namen van solide Amsterdamse huizen. Maar toch was het vreemd, dat zij
140