„Hoe... heb je dat betaald, Genendel?”
„Mijn krediet is groot, Isaï. Ik ben de dochter van Elia Kossmann zaliger, die veel joodse huizen heeft geholpen.”
„Waarmee moet Jokel Hirsch de tegenwaarde voldoen, Genendel?” vroeg hij opeens belangstellend. Dat was het vreemde in zijn karakter. Als de zwerver en speelman in hem verdween, bleef er een kundig koopman.
„Ik verlang geen betaling van Jokel Hirsch. Ik wil rechtstreekse afdoening door Moïshe d’Ancona Avrohom Mocatta. Schrijf hun, dat zij parels en diamenten moeten zenden.”
„Vind je dat niet gevaarlijk? Er zwerft nog steeds veel afgedankt soldatenvolk door Europa.”
„Laat d’Ancona een baal Florentijnse handschoenen zenden met de vrachtdiligence van de Guideti in Milaan. In die baal kan hij de parels en de diamanten verstoppen. Bij de invoer in Amsterdam geven wij het aan en betalen het veilgeld. Deze weg is zeker en goedkoop.”
Hij knikte nadenkend en toestemmend. De vrachtdiligences van de Guideti waren uiterst betrouwbaar en hij kende hun correspondenten, de huizen Fesch en Richiner te Bazel en Jacques Benelle te Metz als voortreffelijke schakels in deze vrachtrijdersketen van Italië naar Holland.
„Waarom wil je geen papier, Genendel? Het is toch veel makkelijker.” „Isaï, deze oorlog met de Engelsen duurt niet eeuwig. Straks is er vrede en dit Holland bloeit weer op, misschien als nimmer tevoren. Dan komt de vrijgevigheid bij de mannen terug, juwelen voor vrouw en liefje. Wij zullen zeer veel geld daaraan verdienen,” antwoordde zij zakelijk.
„En hoe betaal je de mannen in Altona en Hamburg terug, Genendel?” „In Hollands courant, zoals hun papier luidt. Haast is er niet bij en ik vergoed hun een kwart procent rente per maand.”
Zij zwegen. Zij tuurden in de vlammen en hij beschouwde haar tersluiks. Dat klare, effen, intelligente gelaat, haar eenvoudige, maar uiterst verzorgde dure kleding, haar rust en beheersing.
Zij stond op, ging naast hem staan, streek hem over de haren, zodat het hem door merg en been ging.
„We zullen het goed hebben, Isaï, gedegen goed.”
Hij sloot zijn ogen en zag zichzelf. Als speelman. En die speelman werd steeds kleiner en kleiner, verdween achter een donkere horizon. Ook hij stond op, pakte haar handen. Toen sloot zij haar ogen en hij
139