De Soete Bazinne

Titel
De Soete Bazinne

Jaar
1960

Pagina's
314



Tranen stroomden over haar wangen, zij rukte aan hem, bonsde met haar vuistje op zijn borst.

„Isaï!!...Isaïü... Neem Genendel, maak haar gelukkig... vervul haar leven... ze is zo eenzaam als jij!”

Hij staarde maar steeds met omfloerste ogen in het kaarslicht, beet zich op de lippen. En toen hij haar eindelijk aankeek en sprak, huiverde zij. Want zijn antwoord: „Ik zal God niet verzoeken,” was koud en zakelijk.

Ze liet hem los... met enkele snelle stappen verliet zij de kamer.

De winter heerste. Hij zwaaide zijn oostenwind als een knoet over de Nederlanden. De wateren verstolden, het was alsof de weiden en het geboomte bevreesd en verkleumd de tuchtiging ondergingen. En de mens? Hij lachte. In huis was het warm, het voedsel was zwaar en overvloedig. Onbevreesd, wetend, dat de dagen van de winterheer-schappij reeds geteld waren bij het begin, ging de mens naar buiten. Warm gekleed bond hij schaatsen onder en zwierde over meren en ringvaarten, over de grachten van Amsterdam. Die speelse mens.

Isaï Krumbach kocht schaatsen op de Oostermarkt. Eerst wat onwennig, maar allengs met oude vaardigheid reed hij op de dichtgevroren Kloveniersburgwal. Het was er druk, jong en oud uit de straten en stegen rondom genoten van het prachtige weer en de goede conditie van het ijs. Enkele malen reed hij heen en weer, maar het was hem toch te vol. Met lange forse halen bereikte hij de Amstel. Daar was het breed en hoe verder hij uitzwierde des te stiller het werd. Steeds wijder werd het landschap, bijna niemand was hier op het ijs. Hij haalde diep adem, de koele lucht drong machtig in zijn longen. Verder, steeds verder lokte de verte. Een heerlijk land... kijk daar die buitenplaatsen en hoeven... en daar die molen, ginder een dorp met een kerktoren tegen de strakke lucht getekend, als een wachter over de huisjes. Een eenzame vogel zeilt door de lucht... jammer dat er nu geen schepen zijn op die grote plas... geen vee in de weiden... geen mens. Dat is niet zo erg, geen mensen... die zijn maar luidruchtig, begerig en knoeierig, wroeten en wroeten in de natuur en ontfutselen het dier zijn deel. Nee, nu geen mens... alleen zijn met de Schepping. Alleen zijn, geen Jokel Hirsch, geen tante Reize, geen Chajim Todelche met zijn boeken en zijn kruiden, met zijn Thorateksten en talmoedische spitsvondigheden... niemand... niemand! En Genendel?... Genendel, ja Genendel, nog even tante Reize, nog even. Er is wel een besluit, maar het is nog geen

135

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.