De Soete Bazinne

Titel
De Soete Bazinne

Jaar
1960

Pagina's
314



Hij drentelde door de kamer, ernstig en bewogen. Zo nu en dan wierp hij een blik op Reize Todelche, die kaarsrecht zat en gespannen in de vlammen tuurde.

„Ik heb daaraan niet gedacht, tante Reize. Ik ben een reisfactor, trekkend door Europa, zonder geld om zelf een zaak te kunnen beginnen. Hoe kan ik een bruid iets aanbieden?... Jaren zal ze moeten wachten totdat ik een huishouding vestigen kan en haar een leven bieden, zoals ik het heb bedacht voor de vrouw van mijn keuze.”

„Men hoeft niet met rijkdom te beginnen. Honderden joden zijn begonnen als knecht en met niets. Kijk om je heen... ze gedijen. En Genendel... nebbisj dat kind,” zei Reize zacht.

„Waarom zij nebbisj en ik niet? Ze is knap, ze is jong, ze is op weg rijk te worden. Tientallen mannen zullen haar willen,” riep hij. Met een ruk keerde zij zich om, keek hem aan. Ze blikte fel, haar wangen waren rood van opwinding. Hij drentelde niet meer, vol belangstelling keek hij haar aan. Heel haar wezen vocht voor Genendel.

„Tientallen mannen?” vroeg ze, „ja... maar ze vragen niet... ze kijken maar met hongerige ogen. Als honden kijken ze naar haar op... kleine mannen rekken zich naar de rijzige Genendel... en dan zakken ze terug. Ze is te mooi, te ongenaakbaar in hun ogen. Bang zijn ze voor bespotting... voor een neen uit haar mond. En Genendel? Jaar na jaar gaat voorbij... zesentwintig jaar is Genendel, een schoonheid, een koningin. En een flinke bruidsschat heeft ze ook... en niemand komt. De lafaards!”

„Tante Reize, er is meer in het leven dan geld en jeugd en schoonheid,” zei hij zacht.

„Moet er nóg meer zijn, Isaï? Nóg meer?!”

„Ja tante, liefde.”

„Gott oh Gott... liefde! Als men wil kan men de liefde oproepen, als er maar eerst jeugd en schoonheid en geld is! Isaï... neem Genendel, je zult gebensht zijn!”

Zij zwegen. Slechts het knetteren van het vuur werd gehoord en het tikken van de staande slingerklok. Neem Genendel!

Hij keek op naar de koperen kroon, staarde in het kaarslicht. En Reize zag zijn omfloerste grijze ogen, zag de droefenis op zijn gezicht. Zij sprong op, ging voor hem staan, legde haar handen op zijn schouders en keek naar hem op. Riep:

„Isaï...Isaï!! Ze is een geschenk van Haqodaush boroech hoe!! Isaï!!! Men zal God niet verzoeken!!”

134

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.