brandt de Graef laveloos tussen twee ratelwachts. En of de waardin hem maar in ontvangst wou nemen. Als ie nuchter is, riep ik, er zijn hier jongemeiden in huis. En ik ken hem... pats... ’t deurluikje dicht. Hij is de volgende dag niet terug geweest. Geen voet zet ie meer over de drempel, heeft ie gezworen. Morgen worden zijn bullen gehaald, nou... en dan gaan een week lang de ramen van zijn kamer dag en nacht open! Dan een lekker soppie en opnieuw geverfd en gewit... en dan Anna Swaerdemaeckers erin.”
Nogmaals wreef zij over haar ogen, zuchtte diep en keek opgelucht en intens tevreden naar Reinier Vinck, die bedachtzaam zijn glas leegdronk. Opeens stond zij op, er kwamen klanten binnen. Ook Reinier Vinck rees op, wuifde met de hand en verliet 'De Lenteblom’. En de hele weg naar huis had hij haar wat harde mooie bevredigde gezicht voor ogen.
Toen Isai Krumbach de volgende dag op de Korenbeurs verscheen, verkocht Reinier Vinck hem duizend last graan. Ook beloofde hij zijn best te zullen doen om blokkadebrekers te vinden en uitvoerlicenties te verkrijgen. Het moeilijkste achtte hij de toestemming van de Admiraliteit, zij alleen had in oorlogstijd zeggenschap of een schip mocht uitvaren zonder konvooi. En de Unie was nu bitter zuinig op haar schepen. De betalingsconditie: papier op Amsterdam, wilde hij eerst niet loslaten. Isaï Krumbach bood papier aan op iedere stad in Europa, maar wissels op Amsterdam had hij niet.
„Stel, ik accepteer wissels op Londen,” opperde Reinier Vinck nadenkend, „wie zijn de huizen, waarop Moïshe d’Ancona vordering heeft?”
„Weet ik niet, koopman Vinck. Als u Londens papier accepteren wil, zal ik er om schrijven,” antwoordde Isaï Krumbach stroef.
Deze koopman Vinck vond hij te bedachtzaam, te langzaam voor zijn temperament en zijn manier van zaken doen.
„Het was maar een gedachte, mijnheer Krumbach. Ik wil papier op Amsterdam. Zodra u dat heeft, zullen wij de facturen uitschrijven en zal ik voor het beloofde zorgen.”
Zij groetten elkander wat koeltjes en gingen huns weegs.
Die middag, na het middagmaal, ging Isaï naar zijn kamer. Hij wilde zijn verslag aan Jokel Hirsch schrijven en rechtstreeks berichten aan de Italiaanse opdrachtgevers. Een fors blokkenvuur vlamde in de schouw,
129