De Soete Bazinne

Titel
De Soete Bazinne

Jaar
1960

Pagina's
314



Even was het stil in 'De Lenteblom’, toen haalde men de schouders op en dronk verder. Hij zou wel weer bedaren in de straffe oostenwind.

Hij doolde maar wat rond, zijn gedachten geheel van streek, maar uiter-lijk beheerst en waardig, genadiglijk iedereen teruggroetend, die eerbiedig voor hem uit de weg ging of zijn hoed voor hem afnam. Zijn gedachten woelden. Vergeet het loeder, dat hoont, dat vlijmscherpe antwoorden geeft, dat treitert wanneer zij maar kan. En dat nu om hem gierde, omdat hij die avond zo potsierlijk op de wallekant stond..., die avond toen hij op leven en dood gevochten had met Steven Lamshouck om zijn plicht te doen.

Had hij haar dan zo teleurgesteld, op die dag toen hij haar aangreep en betastte? Maar zij had zich toch gauw getroost met die Swaerde-maeckers? Die schavuit! Was het zijn schuld, dat die vent haar vergat en in Brazilië bleef? Kon hij het helpen, dat de Heren van de West-Indische geen duit betaalden aan de vrouw van een gedroste onderkoopman? Dat zij moest gaan werken als meid in een drooggasterij? Maar hijzelf, wat had hij gedaan om haar genegenheid terug te winnen? Niets... niets. Vrouwen had hij gejaagd, een eindeloze rij meisjes en vrouwen had hij bezeten en weer weggetrapt, zo makkelijk ging dat, toen hij eenmaal onderschout werd. En onderschout was hij geworden omdat hij een handige rakker was, die keer op keer geluk had en het geboefte vond en voor de Vierschaar sleepte... een bekwame helper van Mijne Heren van de Gerechte, een stevige bezem tegen de misdaad... daarom knepen Burgemeesteren en de Schout de ogen toe. Alleen daarom, want achten deden zij hem niet, en als hij oud werd of faalde, dan zouden zij hem verbannen buiten de jurisdictie van deze stad, van zijn stad waarvan hij zoveel hield.

Pas op, onderschout! Pas op... de gunst van Heren is broos.

Met zijn neusdoek wiste hij zich het gelaat af, hij zweette ondanks de koude wind op deze 6e december 1652. Langzaam begonnen zijn gedachten zich weer te richten op het dagelijkse leven, kreeg zijn omgeving weer gestalte, zag hij de huizen en de straten weer.

Hij moest zijn plicht doen! Er was een opdracht van de Schout. Er moest volk komen op de vloot. Iedereen deed zijn plicht! De Bijltjes waren voor dag en dauw op de werven, de touwslagers liepen mijlen per dag, als gekooide dieren in hun lijnbaan, de zeilmakers kromden hun ruggen en bedierven hun ogen om het doek te zomen, de lippen van de kanongieters barstten en hun wenkbrauwen verschroeiden

116

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.