Mocatta tussen Genua en Milaan, dan een commies van Milaan naar Bazel met gidsen trekkend over de levensgevaarlijke Zwitserse passen, dan de eerste bediende van Meïr Loeb te paard van Bazel naar Metz en als laatste Isaï Krumbach, de reisfactor van Jokel Hirsch van Metz naar Amsterdam, tien uur rijdend per dag, ontelbare paarden wisselend, bijna iedere avond logerend bij een joodse familie, die vereerd was, dat een man van het huis Jokel Hirsch van Metz een aanbevelingsbrief voor hen bij zich droeg.
Isaï’s stem was sonoor. Genendels gedachten dwaalden steeds meer af. Het was ook of deze welluidende bariton haar omspon en haar wegvoerde. Ze voelde zich dromerig en warm, at weinig en het was alsof alles verkilde toen de maaltijd was afgelopen en Reize bedrijvig schaaltjes met vijgen en dadels en noten op tafel plaatste. Genendel glimlachte, want deze schaaltjes waren het teken, dat Reize heel geheimzinnig thee ging zetten, de nieuwe drank, die snel in Holland inburgerde en zo goed paste bij de joodse smaak, die afkerig was van sterke drank. Isaï Krumbach pakte uit zijn reistas de brieven voor Genendel. Hij gaf er haar een twintigtal en zei:
„Ik heb opdracht voor honderdduizenden guldens te kopen, joffer Kossmann. Men oordeelt, dat de prijzen hier laag moeten zijn, omdat de handel stil ligt. Straks, als de Unie overwonnen heeft, zal alles oplopen. Moïshe d’Ancona wil koren kopen... sinds de Hollandse graanschepen wegblijven, is er gebrek in Italië en als het lang duurt kans op hongersnood.”
„Waarom rekent men in Europa op een overwinning van dit Gemenebest?” vroeg Genendel.
„Men 2egt dat een volk met zulke rijke bezittingen en overzeese verbindingen niet verslagen kan worden. Geld in overvloed om schepen te bouwen, ervaren admiraals, een rustig landsbestuur met een kundige raadpensionaris. Daartegenover Cromwell, een koningsmoordenaar, die zich alleen kan handhaven met geweld, een volk dat de zeeroof in zijn bloed meedraagt, verdragen zo lang eerbiedigt als hun voordelig lijkt. Dit hier is een fatsoenlijk land, het zal overwinnen.”
Diepe ernst lag over het gezicht van Isaï Krumbach en het tekende scherp zijn intelligentie. Een fijn gezicht, een door en door beschaafd mens, peinsde Chajim Todelche.
Reize reikte de Chinese porseleinen kopjes rond en lachend en pret makend snoven zij de geur van de thee alvorens te drinken. Chajim Todelche haalde twee stenen pijpjes, zette de Delftsblauwe tabakspot
110