De Soete Bazinne

Titel
De Soete Bazinne

Jaar
1960

Pagina's
314



Philippe de Haen en helpt nu de andere man, die zich met eigen kracht langs de beschoeiing omhoogwerkt.

En als hij op de wal staat, fors en naakt, herkent de kapitein ook hem... Pieter Ravesteyn, de onderschout. Met een vlug gebaar ontdoet Philippe zich van zijn schoudermantel en werpt die om het druipende lichaam van de onderschout.

Het wolkendek scheurt, de maan verlicht het toneel. En Anna ziet de op zijn buik liggende Steven Lamshouck, die brult omdat hij misselijk is en niet meer braken kan; de onderschout met de roodfluwelen schoudermantel van Philippe de Haen om z’n forse tors en daaronder uit zijn harige dijen en benen. En Philippe de Haen op zijn hurken bij de drenkeling, al zijn mooie kleren vuil en nat. En het is allemaal zo komisch en vreemd voor Anna, die deze avond zo geheel uit de eentonigheid van haar leventje was gerukt, dat zij opeens hysterisch begint te lachen, zo onbedaarlijk, dat de tranen over haar wangen rollen en zij hevig hoesten moet.

„Anna... Anna!!” roept Philippe de Haen en zijn stem heeft een metalen klank, „Anna, bedaar, het is ernstig.”

En de onderschout buldert: „Hou je smoel wijf, zoek hulp, ik kan zo niet langs de straat!! ” Dat brengt haar tot bezinning en zij rent en lacht en huilt om beurten, tot aan het posthuis van de ratelwachts bij de sluizen van het Singel.

Nog dezelfde nacht gaven Burgemeesteren en de President-Schepen toestemming tot huiszoeking bij Steven Lamshouck, die was ingesloten in de Boeyen. De Schout en de substituut Pieter Ravesteyn waren tot de ochtend bezig met het doorzoeken van zijn correspondentie. Een kist vol werd door een der dienaren naar het Prinsenhof gebracht om door het Schepengerecht te worden onderzocht.

Na het middagmaal bezocht Reinier Vinck de Schout. Deze zat in een leunstoel bij het vuur. Hij was moe en voelde zijn zestig jaren na deze doorwaakte nacht en was vastbesloten niet meer uit te gaan en onmiddellijk na het avondbrood zich ter ruste te begeven. De huishoudster bracht wijn en kaas en de Schout bood zijn gast een Gouds pijpje aan. Hij wist, dat de koopman graag rookte. Zij dronken elkander toe en tuurden daarna wat in de vlammen van het vuur in de schouw. Toen de koopman zijn pijpje had leeggerookt, klopte hij het uit in de palm van zijn hand, wierp de as in het vuur en vroeg:

„Is de brief gevonden, mijnheer de Schout?”

101

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.