Isaäc de Fuentes

Titel
Isaäc de Fuentes

Jaar
1952

Pagina's
324



gaan boomstamwippen op de houtvlotten bij het Boerengat. Plotseling is Eli tussen de stammen te water geraakt en niet weer boven gekomen. De vriendjes zijn gillend weggelopen en hebben alleen gezien, dat mannen zijn komen toesnellen. Zij wisten niet wat er verder is gebeurd, omdat zij in één ononderbroken ren naar de stad zijn gevlucht en niet hebben durven omkijken. Jannetje heeft links en rechts buren gealarmeerd en is naar het Boerengat gesneld, maar daar was niets meer te zien. Isaac vraagt niet meer. Hij geeft Jannetje zijn wandelstok en hoed en beveelt op vreemde, harde toon om zijn slappe viltmuts en zijn lange reisjas. Tussen haar tranen door ziet Jannetje een geheel veranderde Isaac, een man met korte, driftige bewegingen, saamgeknepen lippen en gezwollen aderen aan de slaap. Zo heeft kolonel Isaac de Fuentes er soms uitgezien als het ging om leven of dood. Terwijl de Fuentes zijn jas toeknoopt, zegt hij onredelijk: ‘Vier vrouwen in huis en nog geen zorg voor één kind.’

Jannetje schrikt zichtbaar en verstrakt. Prompt komt het bitse antwoord: ‘Eén zoon en een vader, die er nooit tijd voor heeft.’ Fel kijkt Isaac Jannetje aan. Zij heeft het hoofd in de nek geworpen en hij ziet haar gezicht met de staalgrijze ogen, hard en uitdagend, waar een flits van haat en angst voor de eigen moed overheen trekt. Isaac draait zich nu plotseling om en is met enige grote stappen bij de voordeur, die met een harde slag achter hem dichtvalt.

De avond begint reeds te vallen. Met forse stappen loopt Isaac naar het Boerengat. Niets duidt op een drama, als hij ter plaatse is gekomen. Daar stroomt de Maas rustig in het schemerdonker; daar liggen de balken en de stammen in vlotten aan de oever, onbeweeglijk en daar zijn enige kleine boten met eenzame vissers, die zich gereedmaken huiswaarts te roeien. Maar niemand is er in de omgeving die een inlichting kan geven. Volkomen doelloos stapt Isaac op een vlot, loopt er op tot de rand van het water en volkomen doelloos roept hij: ‘Eli’. Niemand antwoordt. Hij loopt weer naar de wallekant en beklimt de dijk. Het is nu vrijwel donker geworden en de gedachte maalt steeds door zijn hoofd, dat hij niets heeft bereikt, niets. Flij staart naar de stad, waar steeds meer lichten worden ontstoken en een grote verlatenheid komt over hem. Dan gaat hij rechts langs de dijk naar de kant van Krimpen aan de IJsel.

95

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.