Isaäc de Fuentes

Titel
Isaäc de Fuentes

Jaar
1952

Pagina's
324



Als beiden enige ogenblikken nieuwsgierig rondgekeken hebben, gaat in de zijwand een deur open en een jonge schamel geklede Poolse Jood verschijnt. Hij heeft een knap intelligent gezicht. Zijn buiging is volmaakt. Met enigszins gebogen hoofd komt hij naderbij en vraagt in goed Duits: ‘Zijn de heren van de politie?’ ‘O nee,’ antwoordt Isaac in gebroken Duits, ‘wij zijn particulieren, die hun opwachting willen maken bij de wonderrabbi en hem enige vragen stellen.’

Zichtbaar opgelucht antwoordt de Pool:

‘Onze meester is in gebed, willen de heren wachten? Ik zal onze rabbi dan vragen of hij U ontvangen wil.’

‘Dat is goed,’ antwoordt Isaac, waarop de jongeman zich door de zijdeur terugtrekt.

Anatole doet inmiddels een ronde door de kamer. Alsof hij in een museumzaal is bekijkt hij geïnteresseerd en critisch het meubilair. Dan bladert hij in enige op tafel liggende Hebreeuwse boeken, als stond hij voor een boekenstalletje zijn keus te doen. Isaac drentelt wat op en neer en amuseert zich met het beschouwen van zijn vriend. Plotseling staat rabbi Mordechai ben Josua in de kamer, blij is van buiten gekomen, terwijl Isaac en Anatole hem door de zijdeur verwachtten. Zij zijn hierdoor enigszins verrast.

Rabbi Mordechai zet zich achter zijn tafel. Hij schijnt verheugd, dat hij achter deze borstwering is en door de zijdeur enige volgelingen als een argwanende lijfwacht het vertrek binnenkomen. Rabbi Mordechai kijkt Isaac recht in de ogen en herkent hem. ‘Het niets, dat nieuwsgierigheid heette blijkt een zaadje te zijn geweest. Het kiemde en reeds is het boven de grond,’ zegt hij niet onvriendelijk tegendeFuentes,inhet Frans met Russisch accent. ‘Het plantje zoekt de zon en werkt zich omhoog, ondanks de steen, die onhoffelijkheid heet,’ antwoordt Isaiic ironisch. Anatole wrijft zich de kin, terwijl hij vol aandacht de schermutseling die hem veelbelovend toeschijnt, volgt.

‘Ieder dier besnuffelt het onbekende, zo doet ook de mens,’ zegt de rabbi. Isaac knikt begrijpend. ‘Wat wilt U weten?’, vervolgt de wonderrabbi, zich nu direct tot Anatole wendend. ‘Hoe weet U, dat ik L iets vragen wil?, vraagt Anatole verbaasd. ‘Veertig van mijn zestig jaren heb ik mensengezichten gezien en slechts zeer weinige zijn mij niet ontsloten geworden,’ antwoordt de rabbi zacht.

92

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.