Isaäc de Fuentes

Titel
Isaäc de Fuentes

Jaar
1952

Pagina's
324



aan zijn ogen voorbijging, is deze verschijning geheel nieuw voor hem en de wijze van ontvangst druist in tegen zijn hoffelijke natuur. Daarom zegt hij kort:

‘Niets.’

De rabbijn antwoordt hem steeds aankijkend:

‘Er komt niemand voor niets,’ wendt zich van Isaac af, strijkt zijn baard, sluit de ogen en neuriet zacht voor zich heen.

Dit schijnt een teken te zijn om heen te gaan, want de leerlingen kijken ongeduldig naar Isaac, die zich nu omdraait en met korte, driftige passen het bedompte vertrek verlaat. De Fuentes loopt haastig terug naar de stad. Zijn gedachten zijn bij Bennie Alter en zwerven met vlagen van drift om de onhoffelijke ontvangst door de wonderrabbi van Lublin.

In deze gemoedsstemming ontmoet hij Anatole Daumer op de Blaak. ‘Zo, oude kluizenaar!’ schertst Anatole, ‘ben je herrezen? Nooit of te nimmer zien we je meer bij ons.’

Het doet Isaac goed weer eens in het vrolijke, intelligente gezicht van zijn oude strijdmakker te kijken. Anatole ziet er goed uit. Als altijd welverzorgd, met grijs-vilten hoge hoed en getailleerde, lange overjas. Hij is nog steeds de elegante, slanke bon-vivant.

‘En Isaac,’ vervolgt Anatole, ‘ook in ons stamcafé zien we je niet meer. Je schijnt de schouwburg hoger te stellen.’

Isaac heeft opeens behoefte aan wat gezelligheid en een gesprek. ‘Ja Anatole, je hebt gelijk. Het is zo vreemd: men doet niets en heeft tijd te kort. En nu ik je hier zo tref, zal ik meteen mijn zoenoffer brengen en daarom nodig ik je op staande voet uit voor een déjeuner in het Zuid-Hollands Coffyhuis.’

Anatoles ogen twinkelen van plezier en hij kijkt over de schouder van Isaac naar twee knappe vrouwen, die uit de hoeken harer ogen naar de slanke Fransman lachen.

Hij pakt Isaac onder de arm en dan gaan beiden naar de Korte Hoogstraat om hun apéritif in het ‘Zuid’ te gebruiken en hun huishoudens door een kruier te laten berichten, dat drukke bezigheden hen nopen tot een korte maaltijd in de stad in plaats van, zeer tot hun spijt, naar huis te kunnen komen.

Zo flaneren Isaac en Anatole naar hun stamcafé.

‘Isaac,’ zegt Anatole, ‘ik heb de laatste tijd rare mensen ontmoet en heb mij er perfect mee geamuseerd. Ik vind jullie uitvinding

88
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.