Isaäc de Fuentes

Titel
Isaäc de Fuentes

Jaar
1952

Pagina's
324



‘Jozef Davidson, de vader van mijn kinderen, de man waarmede mijn vader, Juda Oppenheim, mij liet trouwen, ik verafschuw hem. Want hij, een man Gods, rabbijn in deze gemeente van Amsterdam, hij is een godloochenaar.

Hij lacht om de woorden, welke hij leest, hij bespot de ritus waarin hij nauwgezet voorgaat, hij ontkent het bestaan van de Almachtige. Ik walg van deze man, die de vader mijner kinderen is en waarmede ik geen gemeenschap meer heb.

Want hij is een dief en een heler.

Een dief van kerksieraden, een heler van gestolen goed, goud en zilver dat men hem brengt bij nacht en ontij.

Ik haat deze man, zo hevig, dat ik zondig ben door deze haat. Want hij geeft zich af met matrozenmeiden en sletten, langs de weg. En hij bezoekt hen en slaapt met hen nadat hij zich bedwelmd heeft met drank.

En ik weet, dat hij Tamar, de dochter van Nathan Rosenfeld geweld heeft aangedaan omdat zij liefde kende voor een Christen. Zo is mij bericht.

Zijn kleren heb ik geweigerd te wassen en hij heeft erin berust. Zo weet ik dat hij schuldig is.

Hoort, Eeuwige, mijn klacht en neem deze mens tot U, opdat mijn kinderen niet meer besmet worden.

Here, Here, toornt niet tegen mijn vrucht. Amen.’

Ontzet staart Rebecca in de kaarsvlam. Het is of zij er het beeld in ziet van jozef, haar zoon. Groot en knap en begerig en slecht. Jozef Davidson van honderd jaar geleden, de man van Abisag Oppenheim, herleefde in haar zoon. Kwam terug op de aarde door haar lichaam. Angstig kijkt Rebecca om zich heen, de stilte en de schemerdonkere kamer benauwen haar. Zij wil opstaan, maar kan het niet, haar benen zijn als verlamd. Tranen springen in haar ogen, om zoveel leed dat haar trof en ook . . .Abisag. Nog eenmaal leest zij de laatste regels:

‘Here, Here, toornt niet tegen mijn vrucht. Amen.’

Dan slaat zij het blad om en in beverig handschrift heeft Jacob, haar man geschreven:

‘De Almachtige heeft het mij gezegd. Toen Jozef gevlucht is naar Amerika, toen heeft Hij zich aan mij geopenbaard en ik hoorde Zijn stem, Die zeide:

‘Ik ben de Here Uw God, een ijverig God Die de misdaad der

292

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.