Isaäc de Fuentes

Titel
Isaäc de Fuentes

Jaar
1952

Pagina's
324



en steun; in moeilijke tijden of wanneer hij twijfelde. Hier studeerde hij in de oude boeken of discussieerde met mannen zoals hij. En hij leefde er met God, zijn Alles, Die hij stelde boven vrouw en kinderen, boven huis en hof. Al weet Rebecca niet wat Jacobs boekenschat bevat, in grote lijnen weet zij de groepen te staan. Hier de Thora, daar de Talmud, weer verder commentaren, naar links de Joodse denkers uit vele eeuwen. En rechtuit voor haar in het lage boekenrek waarop het gebedskleed ligt, staan de familiegebedenboeken. Exemplaren die eeuwen oud zijn staan erbij, nog uit Polen en de Duitse landen. Deze boeken kent Rebecca allen, want telkens weer vertelde jacob hun geschiedenis. Het boek waarover hij sprak lag dan voor hem op tafel en steeds weer wilde hij het tonen. Rebecca kijkt naar die rij boeken en telt in gedachten af. Het gebedenboek van Rebbe Jacob die in Warschau wToonde, driehonderd jaar geleden; de Hagadah van Rebbe David, die tweehonderd jaar geleden leefde en de eerste Davidson was in de gemeente Amsterdam. In al die boeken staan namen, van kinderen, broers of zusters, neven en nichten. Ook jaartallen staan erin, opeenvolgend, van alle Seideravonden dat zij werden gebruikt. En het jaar dat het overgaat op een ander omdat zijn bezitter gestorven is. Een klein rood boekje staat er tussen, in marokkijn leder gebonden en met gouden letters op de rug. Rebecca staat op. Zij kent dat boekje niet, misschien heeft zij het toch wel eens gezien en er geen aandacht aan geschonken. Jacob heeft nooit de geschiedenis van dat boekje verteld, dat weet zij zeker. Opeens bedenkt zij dat het er nooit heeft gestaan, zeker niet in de jaren toen Jacob veel in zijn werkkamer was. In de laatste maanden van zijn leven is zij er w’einig gekomen, buiten de wekelijkse contrölegang. Rebecca heeft het boekje genomen en is weer moeizaam achter Jacobs tafel teruggekeerd. Zij trekt de blaker wat naar zich toe. En bladert. Zij vindt een naam. Abisag, dochter van Juda Oppenheim, gehuwd met Jozef Davidson in het jaar 1751. Rebecca ziet dat het een vrouw'en-gebedenboek is voor het dagelijkse gebruik. Achterin op de schutbladen staan Hebreeuwse schrijfletters, aaneengerijd in dichte regels. En Rebecca leest, eerst moeizaam, omdat zij in jaren geen Joodse schrijfletters onder de ogen heeft gehad, de klacht van Abisag Davidson, wonende in de gemeente Amsterdam in het jaar 1760.

291

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.