Isaäc de Fuentes

Titel
Isaäc de Fuentes

Jaar
1952

Pagina's
324



En Jannetje Batelaan hoorde met stijgende ontzetting zijn verhaal, dat Treesje eergistermorgen was uitgegaan en niet teruggekeerd. Of hij nu de politie zou waarschuwen of nog even wachten. Met gebogen hoofd zit hij bij Jannetjes vuur en wacht op antwoord. Maar Jannetje Batelaan heeft geen woorden. Sprakeloos gaat zij in haar kamer op en neer, bijtend op de knokkels van haar gebalde handen, bij tijden haar ogen drogend met haar schort. Zij zoekt en zoekt een aanknopingspunt, een gedachte, wat Treesje bewogen kan hebben niet thuis te komen. Alle personen in haar omgeving rent zij in gedachten af, of iemand van hen de eerste houvast zou kunnen geven. En als haar hoofd zo vol is van verdriet en ellende, dat al het denken haar begeeft, dan flitst opeens als een heldere straal het beeld voor haar ogen van die avond, toen zij met haar rug naar Treesjes bed gekeerd het verhaal vernam van het bal in het Nut en van Willem Honing. Die naam doet haar stilstaan en voor zich staren. Vragend kijkt Eli haar aan, maar juist die vragende blik geeft haar de bezinning weer. Zij klemt de handen vast opeen, om die naam niet te laten glippen. Want heel haar vrouwzijn vecht opeens voor Treesje en tegen Eli de Fuentes, de man. Werktuiglijk en zonder overtuiging praat zij tegen hem; dat hij naar huis moet gaan en wachten. Dat Treesje zeker spoedig zal thuiskomen of schrijven. Dat het niet zo somber is en vrouwen wel eens meer de zenuwen verliezen en gauw weer terugkeren. En Eli bezweert haar, dat er niets geweest is, geen ruzie. Niets. Alleen de laatste tijden wat koel. Maar wanneer hij de woorden 'laatste tijden’ en ‘koel’ zegt, dan schiet het door zijn brein dat die laatste tijd al zo lang duurt, dat hij zich de aanvang niet meer herinneren kan. Wanneer hij dan tenslotte even radeloos weer is weggegaan, als toen hij bij tante Jannetje aankwam, heeft zij direct na hem het huis verlaten en vliegt als een fladderende vogel langs ai haar kennissen of zij Willem Honing kennen en waar hij woont. Doch niemand kent hem of zijn huis. Die avond laat, kwam de verwaaide en verkleumde Jannetje thuis. Met afwezige gedachten en slierten haar langs het hoofd. Zij zakte neer op de rand van haar stoel. Starend m de vlammen, de handen warmend aan de dampende kop thee die Geert haar gereikt had. Zij keek naar hem, naar Geert die allengs werkelijkheid voor haar werd. Geert van der Toorn, de sigaar mannelijk tussen de snorren, zijn stoere figuur een sfeer van vertrouwen en geborgen-zijn verspreidend, die rust gaf aan haar

287

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.