Willem Honing een schrijven uit Parijs. Van Susanne voor haar moeder. Zij berichtte dat tante Josephine haar laatste strijd uitvocht en indien Rebecca haar nog eenmaal wilde zien, dan was het nu de hoogste tijd. Rebecca bedacht zich niet en ondanks haar slecht ter been zijn, ging zij naar Parijs. De oude Johanna en een jonge levenslustige reiscommies van het huis Davidson vergezelden haar. Want zonder hulp kon zij niet meer. En in de dagen dat zij weg was, gebeurde het dat er een extra-brief van Willem Honing kwam en in handen viel van Jozef Davidson. Hij was zeer verwonderd, draaide de brief in zijn handen om en om. Toen ging hij zitten, staarde in het vuur en zijn hartstocht en jaloezie brandden even hevig als de knetterende vlammen. Het duurde lang voor zijn strijd gestreden was om deze brief niet te openen. Maar toen hij opstond en het schrijven in de secretaire deponeerde, was het of hij de inhoud kende.
De volgende dag zond hij een klerk van zijn kantoor met een mondelinge boodschap naar Treesje de Fuentes. Hij liet haar verzoeken hem ’s middags te willen ontvangen.
Onbevangen trad Treesje hem tegemoet in de hall van haar grote huis. Haar gezicht stond vragend, maar Jozef praatte over algemeenheden totdat de thee geserveerd was. Terloops vroeg hij naar Eli, waarop Treesje hem mededeelde dat hij voor enige dagen naar Engeland gereisd was.
Er ging een glimp van vreugde over Jozefs gezicht en dadelijk daarop zei hij, haast ruw:
‘Er is een brief voor U gekomen, mevrouw de Fuentes.’
‘Een brief voor mij?’ was de angstige vraag.
‘Inderdaad. Voor U. Uit West-Afrika als ik het wel heb.’
‘Dat zal wel een vergissing zijn,’ zei zij luchtigjes.
‘Ik geloof het niet, mevrouw. Bovendien meen ik het handschrift te kennen.’
‘Hebt U die brief?’ vroeg zij begerig.
‘Thuis, mevrouw, thuis. Ik dacht dat het voor U niet aangenaam was hem hier te brengen.’
Treesje is doodsbleek geworden. Jozef kijkt haar met een sardonisch lachje aan en vervolgt beheerst:
‘Wat zou Willem Honing U wel te schrijven hebben sinds U mevrouw de Fuentes is?’
Treesje kijkt naar de grond. Jozef gaat verder:
‘Misschien een zakelijke propositie voor Uw msm. Havens en
277