Isaäc de Fuentes

Titel
Isaäc de Fuentes

Jaar
1952

Pagina's
324



aan de Westzeedijk gebracht en zij heeft de koetsier opdracht gegeven daar te blijven wachten. Moeizaam lopend en op haar stokje leunend gaat Rebecca onder het hoge bomengewelf op de dijk. Het maakt op haar de indruk of zij de weg van haar leven ziet. Een schemerig koele hal, oneindig lang met hier en daar een zonnige flits, het einde onzichtbaar door een donkere kromming. Ondanks haar langzame gang gaat zij steeds verder en verder, want de eenzaamheid en het grootse der natuur doen deze stadsmens goed. Om de bocht van de dijk is een theetuin, beneden in de polder. Het gezicht van deze pleisterplaats doet haar opeens haar vermoeidheid voelen. Voorzichtig gaat zij het achterdijkse smalle pad naar beneden, haar stok stevig op de grond drukkend, zodat het tikt en tikt. Men ziet haar in de theetuin, is bevreesd dat iets niet goed zal gaan met deze oude dame. Daarom komen er kinderen aangesneld om haar te helpen. Maar Rebecca weert hen af, niet onvriendelijk, doch beslist. Het idee van hulpbehoevend te zijn is haar een gruwel. Toch gaan de kinderen niet weg, blijven naast en voor haar lopen, soms schuw naar haar kijkend, waakzaam. Zij schuiven haar stoel aan, als zij zich bij het uitverkoren tafeltje wil neerzetten en eerst dan keren zij terug naar hun spel. Met de schommels, de wippen en de draaimolens. En opeens staat Treesje de Fuentes voor Rebecca Davidson. Vanuit de diepte van de tuin heeft zij Rebecca zien aankomen, omringd door de kinderen.

‘Dag, mevrouw Davidson,’ zegt zij wat verlegen.

Rebecca kijkt naar haar door smalle oogspleten, want de zon is fel in deze licht beplante tuin.

‘Wie is dat ook weer?’

‘Treesje de Fuentes, weet U wel?’

‘Ja, ja, nu zie ik het. Ook eens naar buiten, zeker met de kleine.’ ‘Nog niet mevrouw. Ik ben hier met een vriendin en haar kinderen. Wij zijn eens een gehele dag uit.’

‘Gaat er eens zitten, Treesje. En vertel me eens, hoe Eli het maakt. En hoe jullie leven. Want ik zie jullie nooit. Sinds het avondje van mijn zoon Jozef zijn jullie niet meer geweest. Hoe komt dat zo?’

Treesje kijkt op haar handen.

‘Ik weet het niet, mevrouw.’

‘Was het niet prettig bij ons? Jozef heeft ook gezegd dat hij het niet begreep.’

268

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.